'Minder koopkracht bij pensioen op 65e'

DEN HAAG - Iemand die met 65 jaar met pensioen gaat, verliest gemiddeld 6 à 7 procent koopkracht voor de rest van zijn leven als de AOW-leeftijd is verhoogd.

Dat blijkt vrijdag uit doorrekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) van het pensioenakkoord dat het kabinet, werkgevers en de vakbeweging eerder deze maand sloten.

Vooral binnen de vakcentrale FNV is er verzet tegen het akkoord, omdat wordt gevreesd dat lagere inkomens het zich straks niet meer kunnen veroorloven om nog met 65 jaar met pensioen te gaan.

Op 65-jarige leeftijd zijn grotere negatieve effecten mogelijk, aldus het CPB. De oorzaak hiervan is dat voor en na de nieuwe AOW-leeftijd van 66 of 67 jaar verschillende belastingregimes gelden.

Niet realistisch

FNV Bondgenoten had berekend dat mensen die straks op hun 65e ophouden met werken, in de periode tot de dan geldende pensioenleeftijd er in AOW wel 15 tot 25 procent op achteruit zouden gaan. Het CPB noemt die voorbeelden ''niet realistisch''.

Mensen met een laag inkomen die lang hebben gewerkt, hebben over het algemeen voldoende aanvullend pensioen opgebouwd. Zij kunnen het inkomensgat tijdens het vroegpensioen vullen door aanvullend pensioen naar voren te halen.

Zij smeren zo de gevolgen uit over de rest van hun leven en dan is het gemiddelde inkomensverlies dus 6 tot 7 procent, aldus het CPB.

Gesterkt

Minister Henk Kamp (Sociale Zaken) laat in een reactie weten zich gesterkt te voelen door de doorrekening van het CPB. Volgens Kamp blijkt uit de CPB-cijfers dat verhalen van een inkomensverlies van 25 procent als je in 2020 eerder stopt met werken, niet realistisch zijn.

De minister wijst erop dat volgens het Planbureau een evenwichtige verdeling tussen generaties mogelijk is met het akkoord als er tenminste in de uitwerking voldoende rekening wordt gehouden met de belangen van verschillende generaties.

''Daar zijn we ons van bewust en daarom wordt bij de uitwerking van het akkoord hier aandacht aan gegeven via zorgvuldige onderzoeken'', aldus Kamp.

Reactie FNV

Volgens de FNV maken de cijfers van het CPB nog niet helemaal duidelijk hoe het zit met de koopkracht van mensen die toch met 65 jaar stoppen met werken als de AOW-leeftijd is verhoogd naar 66 of 67 jaar.

De vakcentrale zegt nog te wachten op ''aanvullende voorstellen'' van minister Henk Kamp (Sociale Zaken) om negatieve effecten voor deze mensen ''deels weg te poetsen''. De FNV maakt zich zorgen om de negatieve inkomenseffecten die mensen die met vroegpensioen gaan, hebben tot aan de nieuwe, officiële AOW-leeftijd.

Kritische vragen

Volgens de PvdA geven de doorrekeningen van het CPB aanleiding voor 'veel kritische vragen'. Zo is volgens Tweede Kamerlid Roos Vermeij nog niet helder wat de koopkrachteffecten zijn voor de mensen met lage inkomens en wat de risico's zijn voor jongere generaties.

"Wij gaan het pensioenakkoord beoordelen langs twee lijnen: wat betekent het voor jong en oud en wat betekent het voor arm en rijk. En daarbij geldt natuurlijk dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen.''

GroenLinks

''GroenLinks heeft voor een goed pensioenakkoord altijd twee eisen gehad: mensen in zware beroepen moeten eerder uit kunnen treden en de rekening moet eerlijk verdeeld worden over de generaties," zo stelt Tweede Kamerlid Jesse Klaver van GroenLinks in een reactie op het CPB-rapport.

"Het Centraal Planbureau laat zien dat beide zaken niet voldoende geborgd zijn in dit akkoord. Het is nu aan de politiek om ons pensioenstelsel klaar te maken voor de toekomst.''

Volgens de SP kent het akkoord zoals het er nu ligt alleen maar verliezers. "Jongeren, en dat is bij het Centraal Planbureau iedereen tot 50 jaar, zijn hun pensioen niet meer zeker en mensen die eerder willen stoppen met werken verliezen 6 tot 7 procent van hun inkomen," aldus Tweede Kamerlid Paul Ulenbelt.

D66

"Wat het Centraal Planbureau vandaag concludeert, bevestigt waar wij al voor vreesden: dit akkoord is de twintigste eeuw met een strik eromheen. 55-minners zijn de klos"", zo stelt Tweede Kamerlid Fatma Koser Kaya van D66.

''Pensioenfondsen mogen voortaan uitgaan van hele hoge rendementen. Via deze boekhoudkundige truc kunnen zij zich rijk rekenen en de pensioenen verhogen (indexeren)."

"Dit is veel te risicovol, tijdens de economische crisis bleek maar weer eens hoe onzeker de winst op aandelen is. Dit risico komt terecht bij de 55-minners, als de grote winsten niet worden gehaald, dan moet zij inleveren op hun pensioenen.''

Tip de redactie