SEOUL - In een omkopingsschandaal rond de Zuid-Koreaanse vestiging van de Amerikaanse computergigant IBM zijn 48 mensen in staat van beschuldiging gesteld. Dit hebben Zuid-Koreaanse officieren van justitie zondag laten weten.

Het gaat om het grootste corruptieschandaal ooit in Zuid-Korea waarbij een buitenlands bedrijf is betrokken. IBM Korea en twee dochterondernemingen zouden regeringsfunctionarissen hebben omgekocht om lucratieve overheidsopdrachten in de wacht te slepen. Twaalf mensen zijn gearresteerd en zitten nog vast.

Volgens de aanklagers laat de zaak zien hoe nauw de banden tussen ambtenaren en zakenmensen kunnen zijn. Al enkele maanden is de Zuid-Koreaanse justitie in de boekhouding van grote ondernemingen op zoek naar financiering van politieke partijen. De Zuid-Koreaanse president, Roh Moo-hyun, is daarbij ook in verlegenheid gebracht. Zes politieke medestanders zijn in staat van beschuldiging gesteld.

Onder de gearresteerden in de IBM-zaak bevindt zich de algemeen-directeur van IBM in Zuid-Korea, Jang Gyeong-ho. Hij zou zichzelf hebben verrijkt bij transacties tussen 2001 en 2003 en geheime fondsen hebben opgezet om de corruptie te verhullen. IBM Korea heeft zijn excuses aangeboden voor het gedrag van zijn werknemers, maar zegt dat de omkooppotjes het bedrijf niet kunnen worden aangerekend. IBM is sinds 1967 actief in Zuid-Korea.

Tegenwoordig werken er 2500 mensen die in 2001 een omzet van 855 miljard won (566 miljoen euro) genereerden. Bij de omkoping zouden opdrachten ter waarde van 66 miljard won (44 miljoen euro) in het geding zijn geweest. IBM werd vorig jaar in Zuid-Korea nog uitgeroepen tot de meest bewonderde buitenlandse onderneming van het land.