UTRECHT - Het gros van de topbestuurders van beursgenoteerde bedrijven verdient veel te veel, vinden FNV-vakbonden.

Topmannen zouden niet meer mogen verdienen dan 20 maal het salaris van de laagstbetaalde werknemer in het bedrijf, maar 70 procent zit boven deze norm van de FNV.

Vakbonden FNV Bondgenoten en FNV Bouw presenteerden dinsdag een onderzoek over de 'factor 20 norm', waarvoor zij vijftig beursgenoteerde ondernemingen onder de loep namen. Ook hielden zij de bonussen tegen het licht.

De FNV vindt dat die maximaal 50 procent van het salaris mogen bedragen. Uit het onderzoek blijkt dat 40 procent van de topbestuurders daar boven zit.

Shell

Grootste uitschieter is Peter Voser van Shell, die vorig jaar 57 keer zoveel verdiende als de minstverdienende in zijn bedrijf. In 2009 was dat nog een factor 38.

Eerder zette de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) de beloningen van de topmanagers al op een rijtje. Hoewel de beurskoersen nog ver beneden het niveau van voor de economische crisis staan, zijn de beloningen van de bestuurders weer als vanouds. Met zijn totale beloning van 12 miljoen euro voert Shell-topman Voser ook deze ranglijst aan.

Teleurgesteld

Voorzitter Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten is teleurgesteld over het zelfreinigend vermogen aan de top van het bedrijfsleven. ''Ik had gedacht dat de crisis en de maatschappelijke discussie grotere invloed zouden hebben op de topbeloningen.''

Als voorbeeld noemt hij TNT. ''De loonontwikkeling van de gemiddelde werknemer is heel matig geweest, maar voor de top zijn flinke salarisverhogingen of bonussen business as usual. In steeds meer bedrijven is dat slecht te verkopen aan de werknemers.''