AMSTERDAM - Toezichthouders hebben in de afgelopen jaren te langzaam gereageerd op de grote problemen in de financiële sector. Dat zei de president van De Nederlandsche Bank (DNB), Nout Wellink, zondag in het tv-programma Buitenhof.

"Het heeft aan snelle actie ontbroken, we dachten te veel dat er nog wel tijd was om de problemen op te lossen'', aldus Wellink, die eind deze maand na 14 jaar afzwaait als hoogste baas van DNB.

''Een van de belangrijkste lessen uit de afgelopen jaren is dat je zo snel mogelijk moet handelen als je het gevoel hebt dat er iets fout zit.''

De financiële crisis is volgens Wellink het gevolg van de explosieve groei van de financiële sector die al in de jaren tachtig werd ingezet. ''De gevolgen daarvan hebben we te laat ingezien, dat is jammer'', concludeerde hij.

Alerter

DNB heeft echter geleerd van de crisis, stelde de centralebankpresident. ''We hebben een plan van aanpak. Daarin zie je sterk de noodzaak naar voren komen om alerter, sneller en daardoor ook daadkrachtiger te reageren.''

De Nederlandse banken herstellen volgens Wellink stapsgewijs van de klappen die tijdens de crisis werden opgelopen. "De banken worden sterker, de buffers gaan omhoog. Ze liggen daarbij op schema, maar dat is niet iets wat je in een klap kunt verbeteren.''

Flinke kritiek

Wellink kreeg zaterdag flinke kritiek van de voormalig topman van Fortis, Maurice Lippens.

Die stelde in een interview dat Wellink en toenmalig minister van Financiën Wouter Bos tijdens de nationalisatie van ABN Amro en de Nederlandse delen van Fortis ''hoogverraad'' hebben gepleegd, door het proces te vertragen.

Groot genoegen

Wellink toonde zich zondag niet onder de indruk van die harde woorden.

''Hoogverraad is een zeer ongelukkige term, maar ik ben ook wel blij met zijn kritiek dat we het proces hebben vertraagd. Dat heb ik met groot genoegen gelezen, omdat de parlementaire onderzoekscommissie juist concludeerde dat we onvoldoende naar andere mogelijkheden zouden hebben gezocht. Maar dan was Lippens nu niet zo boos geweest.''

Toekomst

Concrete plannen voor zijn eigen toekomst heeft Wellink nog niet. ''Eerst maak ik mijn werk bij DNB af, daarna ga ik achterstallig onderhoud plegen richting mijn vrouw, mijn kinderen en kleinkinderen. Misschien komen er daarna in het najaar wel andere dingen.''

Griekenland

Ook liet Wellink zich uit over de situatie in Griekenland. Hij zei dat het land voldoet aan de strenge voorwaarden die worden gesteld aan de noodkredieten. Om te voorkomen dat het land zijn schulden op korte termijn niet meer kan betalen is echter wel extra geld nodig.

''Er gebeurt veel in Griekenland'', stelde Wellink. ''In een jaar tijd is het tekort met 5 procent teruggedrongen, de export groeit stevig, de salarissen in de publieke sector worden verlaagd en er worden bijna 200.000 ambtenaren ontslagen. Dat zijn vergaande maatregelen, die we moeten ondersteunen.''

Overbruggingskrediet

Om de Grieken verder bij te staan zullen Europese landen wel extra geld beschikbaar moeten stellen, stelde hij.

''Er is een overbruggingskrediet nodig om te voorkomen dat bestaande schulden worden doorgestreept. Die overbrugging gaat niet ten koste van de belastingbetalers, dat is namelijk pas het geval als het geld niet wordt terugbetaald. Wij vechten juist voor de belastingbetalers.''

Prematuur

Ondertussen probeert de Europese Centrale Bank (ECB) banken zover te krijgen Griekenland niet in de steek te laten, bijvoorbeeld door de looptijd van leningen te verlengen. ''We proberen banken ertoe te brengen dat ze in het land blijven zitten'', aldus Wellink.

Discussies over een herstructurering van de Griekse schuldenlast zijn volgens de scheidend bankpresident prematuur.

''Griekenland komt van dag tot dag geld tekort. Dan kun je de schulden uit het verleden wel kwijtschelden, maar dan moet het land meteen weer nieuwe schulden opbouwen. Dat doe je dus niet. Eerst moet er orde op zaken worden gesteld in de inkomsten en de uitgaven.''