ATHENE  - Op een bijeenkomst van de ministers van Financiën van Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje vrijdagavond in Luxemburg is niet gesproken over het uit de euro stappen door Griekenland, noch over een herstructurering van de Griekse schulden.

Dat zei Jean-Claude Juncker, voorzitter van de eurogroep.

De ministers hebben gesproken over G-20 aangelegenheden en aanverwante zaken, waaronder een uitgebreide discussie over Griekenland, aldus Juncker.

Vrijdagavond meldde Der Spiegel online dat Griekenland uit de euro zou willen stappen en dat daar diezelfde avond een vergadering over zou zijn in Luxemburg. De koers van de euro daalde daarop met 1 procent.

Het Griekse ministerie van Financiën liet via de website en de ambassades weten dat er geen sprake van was dat Griekenland de eurozone zou willen verlaten.

'Stom idee'

Juncker betitelde het als ''stom idee'' en niets meer dan geruchten. Hij benadrukte dat een exit van Griekenland uit de euro niet aan de orde is.

''We willen de eurozone niet opblazen zonder reden.''

Andere maatregelen

Op de volgende, reguliere bijeenkomst van de ministers van Financiën van de eurolanden op 16 mei in Brussel wordt besproken of er andere maatregelen nodig zijn voor de Grieken.

Volgens een bron ligt een scenario op tafel om Griekenland meer tijd te geven de lening van 110 miljard euro die het heeft gekregen van de eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds terug te betalen.

Ook over de mogelijkheid om Athene een deel van zijn schuld kwijt te schelden, wordt al geruime tijd gespeculeerd.

Trichet

President Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank was ook bij de vergadering in Luxemburg aanwezig, evenals Olli Rehn, eurocommissaris voor Monetair Beleid. Minister Jan Kees de Jager van Financiën was echter niet uitgenodigd.

Later is het ministerie van Financiën wel op de hoogte gesteld van de bijeenkomst. De woordvoerster wilde zaterdag niet reageren op de berichten over het beraad in Luxemburg.

Nederland betaalt fors mee aan de lening die is verleend aan Griekenland en aan het noodfonds voor de euro van 750 miljard, waaruit Ierland en Portugal steun is toegezegd.