LUXEMBURG - De zeventien lidstaten van de eurozone hadden in 2010 gemiddeld een begrotingstekort van 6 procent tegen 6,4 procent in 2009.

Dat bleek uit dinsdag gepubliceerde cijfers (pdf) van het Europees bureau voor de statistiek Eurostat.

Ierland kende met 32,4 procent het grootste begrotingstekort, gevolgd door Griekenland (10,5 procent), het Verenigd Koninkrijk (10,4 procent), Spanje (9,2 procent) en Portugal (9,1 procent).

Luxemburg had met 1,7 procent het kleinste begrotingstekort, Nederland zat met 5,4 procent in de middenmoot.

Onderstaand kaartje geeft het jaarlijkse begrotingstekort weer voor verschillende Europese landen sinds 1999. In Zweden en Estland was geen sprake van een begrotingstekort. De data is afkomstig van Eurostat.

(c)NU.nl/Jelle Kamsma

Staatsschulden

De daling van het gemiddelde begrotingstekort ging gepaard met hogere staatsschulden. De schuldenlast kwam in doorsnee uit op 85,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) tegen 79,3 procent in 2009. In Griekenland was de schuld bijna 143 procent van het bbp. In Nederland liep de verhouding op van 60,8 procent in 2009 naar 62,7 procent vorig jaar.