BRUSSEL - De landbouwsubsidies in de EU worden in de toekomst anders verdeeld. Stapsgewijs moet er meer geld terechtkomen in Oost-Europese landen, zoals Polen, die nog niet zo lang deel uitmaken van de unie.

Lidstaten die al langer lid zijn, zoals Frankrijk, Italië, Spanje en ook Nederland, kunnen dan wat minder geld uit Brussel tegemoetzien.

De EU-bewindslieden van Landbouw hebben dat donderdag in Brussel besloten, zo heeft staatssecretaris Henk Bleker na afloop van het beraad gezegd.

Concrete cijfers of percentages zijn niet afgesproken, alleen dat er geleidelijk een eerlijker verdeling van het EU-landbouwbudget moet komen.

Op dit moment zijn de Oost-Europese landen in het nadeel, omdat de toeslagen op historische criteria zijn gebaseerd. ''Enige herverdeling is nodig'', zei Bleker.

Schop

Bleker en zijn collega's werden het eens over voorstellen van eurocommissaris Dacian Ciolos om het landbouwbeleid op de schop te nemen. Bij inkomenssteun aan boeren moeten zaken als natuurbeheer, plattelandsontwikkeling en innovatie een grotere rol gaan spelen.

Lidstaten kunnen boeren die op deze onderdelen goed presteren extra premies gaan geven, is de bedoeling.

Startende boeren

Volgens Bleker zijn dit plannen waarmee Nederland ''goed uit de voeten kan''. Hij noemde onder meer de mogelijkheid om jonge, startende boeren extra te ondersteunen als een positief punt.

De hervormingsvoorstellen moeten nog nader worden uitgewerkt. Dat neemt nog geruime tijd in beslag. ''De buit is nog niet binnen.''

Vereenvoudigen

Nederland en Denemarken dienden donderdag een voorstel in om het EU-landbouwbeleid sterk te vereenvoudigen.

Regelingen en controlesystemen moeten veel minder ingewikkeld worden. Volgens Bleker werd het plan gunstig ontvangen door zijn collega's. Alleen Italië had er moeite mee.