AMSTERDAM – Oost-Europese landen gebruiken de Europese schuldencrisis als excuus om de euro nog niet in te voeren.

Zeven van de tien voormalig communistische landen die zich sinds 2004 bij de Europese Unie hebben gevoegd, moeten de euro nog invoeren.

Overheden in Oost-Europa zijn terughoudend, omdat de West-Europese landen er nog niet in zijn geslaagd de schuldencrisis te bezweren. Dat schrijft persbureau Bloomberg vrijdag op basis van commentaren van verschillende economen.

Eurosceptisch

“Het is een gemakkelijk excuus voor de landen om niet de maatregelen te nemen, die nodig zijn om de overheidsfinanciën op orde te krijgen en structurele wijzigingen door te voeren”, zegt een econoom van RBC Capital. Hij spreekt over “welkom nieuws voor eurosceptische landen”.

Als de landen op schema blijven liggen met het invoeren van de euro en het op orde brengen van hun overheidsfinanciën, neemt dat valutarisico’s weg voor bedrijven in de regio, stellen de economen.

Bovendien kunnen de landen op termijn profiteren van de voordelen die een sterke, monetaire unie biedt.

Rente

Het kan ook helpen om de rente op de Oost-Europese staatsobligaties te verlagen. In Tsjechië staat de rente van staatsobligaties momenteel op 3,97 procent, in Polen op 6,3 procent en in Hongarije op 7,46 procent.

Dat is hoger dan de 3,21 procent van de tienjarige Duitse obligatie, die geldt als benchmark in Europa. Wel ligt dat percentage nog altijd lager dan de 12,5 procent rente op Griekse staatsobligaties.