STRAATSBURG - Een commissie van het Europees Parlement stemt in met een beperkte wijziging van het EU-verdrag, bedoeld om het noodfonds voor de euro een permanent karakter te geven.

De commissie vindt wel dat dat noodfonds een EU-instrument zou moeten zijn, en niet een zaak van de lidstaten onderling.

De wijziging van het EU-verdrag is nodig omdat het huidige, tijdelijke noodfonds van 750 miljard euro juridisch niet helemaal in de haak is. Dat heeft vooral in Duitsland tot problemen geleid.

Vanaf 2013 komt er een permanent noodfonds, maar daartoe moet eerst het EU-verdrag worden aangepast. Het gaat om een kleine verandering, die kan plaatsvinden zonder dat er in de lidstaten referenda gehouden hoeven te worden.

Geen problemen

Het voltallige Europarlement stemt op 24 maart over de wijziging van het EU-verdrag van Lissabon. Daarbij worden geen problemen meer verwacht.

Wel zijn de parlementsleden ''ernstig bezorgd'' dat ook het permanente noodfonds, net als het tijdelijke, een aangelegenheid blijft van de lidstaten. Ze dringen er op aan het zo vorm te geven dat ook de EU-instellingen, zoals het Europarlement, er een rol in kunnen spelen.

Het tijdelijke noodfonds wordt gefinancierd door de eurolanden, die 440 miljard op tafel leggen, de Europese Commissie, die 60 miljard bijdraagt, en het Internationaal Monetair Fonds, dat voor 250 miljard meedoet. Het permanente noodfonds krijgt waarschijnlijk een vergelijkbare omvang en constructie.