WAGENINGEN - Een uitbraak van vogelgriep kost een gemiddeld pluimveebedrijf 120.000 euro aan schade. Dat bedrag is zo hoog, dat een deel van de bedrijven hierdoor over de kop gaat.

Maar het is mogelijk tegen een relatief lage premie de schade te dekken uit een fonds of een vrijwillige verzekering.

Dat concludeert onderzoeksinstituut LEI van de Wageningen Universiteit dinsdag in een rapport, dat op verzoek van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en het Productschap Pluimvee en Eieren is gemaakt.

Aanleiding voor het onderzoek was de uitbraak van aviaire influenza ofwel vogelgriep in 2003, waardoor tachtig bedrijven failliet gingen.

Broedeieren

Het onderzoek is beperkt tot de zogenoemde vermeerderingsbedrijven, een in Nederland belangrijke pluimveesector. Deze bedrijven verhandelen jaarlijks 1042 miljoen broedeieren voor leghennen en slachtkuikens.

Ongeveer de helft van die eieren gaat naar het buitenland; behalve Europese landen naar met name Libië, Rusland en de Oekraïne. De grootste vermeerderingsbedrijven staan in de Gelderse Vallei.

Plafond

Bij een uitbraak van vogelgriep mogen broedeieren niet meer worden verhandeld. Volgens het LEI kunnen bedrijven zich tegen die schade verzekeren voor een dubbeltje per leghen. Als iedereen aan een vrijwillige verzekering meedoet, is die inleg voldoende om schade bij een uitbraak te dekken, stelt het onderzoeksinstituut.

Het ministerie en de sector moeten een plafond afspreken, zodat het rijk bijspringt als het maximum aan schadevergoedingen wordt overschreden bij een grote uitbraak.

Fonds

De pluimveesector kan ook een verplicht fonds instellen, wat de afzonderlijke veehouder minder geld kost. De overheid zou daarvoor een premiesubsidie kunnen verstrekken. Bezwaar tegen een fonds is, aldus het LEI, dat de afzonderlijke bedrijven nogal in omvang verschillen.