BRUSSEL - Het eisen van een arbeidsvergunning voor Poolse werknemers die via Poolse uitzendbureaus tijdelijk in Nederland werkten was in 2006 niet in strijd met het vrij verkeer van werknemers.

Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg donderdag bepaald.

De Raad van State wilde van het hof weten of het terecht was dat voor Polen die via een Pools uitzendbureau bij Nederlands bedrijven werkten destijds een vergunning nodig was. De Arbeidsinspectie legde in 2006 een aantal bedrijven boetes op omdat Polen die bij Nederlandse bedrijven werkten niet over zo'n vergunning beschikten.

Overgangsperiode

Volgens het hof mocht Nederland een arbeidsvergunning eisen tijdens de overgangsperiode die volgde op de toetreding van tien landen tot de EU, waaronder Polen. Voor deze periode, die inmiddels voorbij is, was een uitzondering afgesproken op het vrij verkeer van werknemers.

Nu het hof in Luxemburg uitspraak heeft gedaan zal de Raad van State later dit jaar een definitieve uitspraak doen in het hoger beroep van een aantal Poolse bedrijven tegen de opgelegde boetes.

De bedrijven zijn van mening dat het eisen van een werkvergunning voor Poolse werknemers in strijd was met het Europees recht. De Raad van State had de behandeling van de rechtszaak tijdelijk geschorst in afwachting van de uitspraak van het EU-hof.