DEN HAAG - Het is slecht gesteld met de medezeggenschap van werknemers in ondernemingen. Ondernemingsraden kunnen moeilijk aan leden komen en de relatie van de raad met het bestuur is vaak niet om over naar huis te schrijven. Ruim driekwart van de raden zegt zijn werk door de problemen niet goed te kunnen doen.

Een en ander blijkt uit onderzoek van het tijdschrift OndernemingsRaad, dat meer dan 500 raden aan de tand voelde over hun functioneren. Ruim de helft van de ondervraagden noemt ook gebrek aan tijd een knelpunt. Alle uren die in de OR gaan zitten, gaan ten koste van het gewone werk.

Doordat OR-leden vaak met de ondernemingsraad bezig zijn, hebben zij ook nog te kampen met klagende chefs en collega's. Meer dan zes op de tien voelen zich bovendien door de bestuurder belemmerd in hun werk voor de raad. Zij hebben regelmatig het gevoel niet serieus te worden genomen.

Het tijdschrift constateert dan ook dat de medezeggenschap ruim vijftig jaar na de invoering van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) nog steeds niet goed functioneert. Volgens de onderzoekers heeft de regeling zijn langste tijd gehad en moet naar andere oplossingen worden gezocht. Daarbij denken zij aan het betalen van OR-werk. Want zoals het nu gaat, lijkt de OR er niet in te slagen het puberale stadium te ontstijgen.