HILVERSUM - De Nederlandse pensioenfondsen hebben in vergelijking met andere beleggers in Europa de afgelopen 20 jaar slecht gepresteerd. In totaal liepen de institutionele beleggers daardoor 145 miljard euro mis.

Per pensioendeelnemer komt dat neer op gemiddeld 20.000 euro. Dit becijfert de televisierubriek Zembla in de uitzending van zaterdag.

''Als dit private beleggingen waren geweest, dan had je je vermogensbeheerder al lang aan de kant gezet en een ander gezocht'', zegt Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam.

''Maar dat kunnen Nederlandse werknemers niet doen, want ze zijn verplicht deelnemer aan die pensioenfondsen.''

Twee beurscrises

De pensioenfondsen zijn vanaf de jaren negentig steeds meer in aandelen gaan beleggen. Twee beurscrises, in 2002 en 2008, hebben de fondsen daardoor flink uitgehold, aldus Zembla. De Nederlandsche Bank concludeerde in 2009 dat de pensioenfondsen 112 miljard euro hadden verloren door de beurscrash van een jaar eerder.

Als de beleggingsmix vanaf 1989 hetzelfde was gebleven, 15 procent aandelen toen tegenover 61 procent nu, zou er nu bovendien 36 miljard euro meer in de pensioenkassen hebben gezeten.

Verdubbeling

Daar kwam nog bij dat het bedrijfsleven, maar ook de overheid, voor miljarden uit de kassen van de pensioenfondsen haalden. Als deze uitholling niet had plaatsgehad, zou er volgens de analyse van Zembla nu 799 miljard euro meer in de pensioenkassen zitten, meer dan een verdubbeling van de huidige reserves.

De dekkingsgraad, die aangeeft of pensioenfondsen voldoende geld in kas hebben om aan hun verplichtingen te voldoen, zou dan 240 procent zijn geweest. Meer dan genoeg om de gestegen levensverwachting, inflatie en financiële tegenvallers op te vangen, concludeert Zembla.

Grote vraagtekens

De koepelorganisatie Pensioenfederatie zet ''grote vraagtekens'' bij de conclusies van Zembla. Volgens de federatie hanteren bedrijfstakpensioenfondsen de zogenaamde z-score als maatstaf voor hun beleggingsresultaten.

De z-score geeft weer wat de resultaten van een pensioenfonds zijn ten opzichte van de resultaten van een bij dat pensioenfonds passende benchmark (ijkpunt). ''Sinds de introductie van de z-score is gebleken dat pensioenfondsen over het algemeen beter hebben gepresteerd dan die van te voren vastgestelde benchmark.

Er is dus sprake van 'outperformance' in plaats van 'underperformance', aldus de Pensioenfederatie.