VOORBURG - De inflatie in Nederland bedroeg in januari 4,0 procent. Dat is een daling van 0,4 procent ten opzichte van december. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag bekendgemaakt.

Bekijk video

Door het wegvallen van de invloed van belastingmaatregelen als BTW-verhogingen en de zogeheten ecotaks die vorig jaar januari werden doorgevoerd, daalde de inflatie met 0,9 procentpunt. Andere prijsontwikkelingen, zoals duurdere verse groenten, bloemen, planten, kleding, schoeisel en autobrandstoffen en ontwikkelingen in de horeca, zorgden weer voor een opwaartse bijstelling van 0,5 procent.

De verwachte daling door het wegvallen van de diverse belastingen is minder sterk dan verwacht. Ramingen van De Nederlandsche Bank (DNB) en het Centraal Planbureau (CPB) gaan voor dit jaar uit van respectievelijk 2,6 en 2,5 procent. Nederland heeft met een naar Europese maatstaven gemeten inflatie van 4,9 procent een van de hoogste in Europa. Over heel Europa wordt 2,5 procent verwacht in januari.

Vergeleken met december stegen de prijzen in januari met 0,8 procent. Welk effect de invoering van de euro hierop heeft gehad, kon het CBS niet vaststellen. Wel constateerde het bureau in sommige sectoren veel prijsverhogingen, maar het aantal mooie, ronde bedragen in de winkels liep terug.

De inflatie heeft vakcentrale FNV gesterkt in de opvatting dat de eis van 4 procent loonverhoging zeer verantwoord is. "De inflatie is stukken hoger dan het CPB voor dit jaar had geraamd", motiveert een FNV-woordvoerster.

CNV-voorzitter D. Terpstra noemt de cijfers zeer verontrustend. "De geldontwaarding blijkt toch veel blijvender dan gedacht. Hoe je het wendt of keert, minister Zalm van Financiën moet nu zijn verantwoording nemen", aldus Terpstra, doelend op een toezegging van Zalm afgelopen najaar. Zalm heeft toen compenserende maatregelen beloofd als de koopkracht achterblijft. "Daar zullen we hem echt op aanspreken", aldus Terpstra.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW vindt dat de vakbeweging wel heel makkelijk voorbij gaat aan de verslechterende concurrentiepositie van de Nederlandse bedrijven. VNO-NCW vindt dat de ontwikkeling moet worden afgewacht. De organisatie wijst op tijdelijke effecten op de prijzen, zoals duurdere groenten en enkele overheidsmaatregelen.