DEN HAAG - Staatssecretaris Van Eijck van Financiën wil de belasting op inkomsten uit vermogen van spaarders en beleggers veranderen. Nu wordt een verondersteld vast rendement van 4 procent aangehouden, maar de LPF-bewindsman voelt wel wat voor een belasting op de vermogenswinst zoals die werkelijk wordt gehaald. Van Eijck zegt dat dinsdag in een vraaggesprek met de Volkskrant.
Staatssecretaris Van Eijck
de Volkskrant

Hij vindt de huidige heffing "onrechtvaardig" en niet aansluiten bij de belevingswereld van de belegger. Ook denkt hij dat mensen door deze heffing geneigd zijn hun kapitaal onder te brengen in landen met een gunstiger belastingklimaat, zoals Luxemburg. "Deze stroom naar het buitenland moet worden tegengegaan. Daar zijn we bij de belastingdienst al heel succesvol in."

Sinds de nieuwe belastingwetgeving uit 2001 gaat de fiscus ervan uit dat spaarders en beleggers een rente of rendement behalen van 4 procent. Dat is een fictieve rente. Van deze veronderstelde vermogenswinst moet 30 procent afgedragen worden aan de belastingen. Omgerekend gaat daardoor jaarlijks 1,2 procent van hun vermogen naar de fiscus.

Het probleem ontstaat volgens Van Eijck omdat niet altijd de 4 procent vermogenswinst wordt gehaald, als de aandelenkoersen bijvoorbeeld zakken of de spaarrente omlaag gaat, maar daar toch over wordt geheven. Zijn voorganger Vermeend was wel voor een vaste fictieve rente, omdat hij een stabiele inkomstenstroom wilde.

Vorige week nog pleitte het College Belastingadviseurs voor een verlaging van het fictieve rendement van 4 procent. Het college vindt dat het kabinet rekening moest houden met de inflatie en het fictieve rendement daaraan steeds moet aanpassen.