DEN HAAG - Het financieel risico dat de staat loopt door interventies in de financiële sector is afgelopen jaar gedaald. Dat meldde de Algemene Rekenkamer dinsdag.

Volgens de Rekenkamer loopt de overheid eind 2010 naar verwachting voor een bedrag van 95,1 miljard euro risico door deelnemingen, leningen en garanties aan banken en verzekeraars.

Dat is 44 miljard euro minder dan aan het einde van 2009. Die afname komt vooral door de beëindiging van de kredietgarantie voor de bank ABN Amro.

Griekenland

De bedragen staan los van het risico dat Nederland loopt door de steun aan landen die door de schuldencrisis in de problemen zijn gekomen.

Zo draagt de Nederlandse staat 4,7 miljard euro bij aan de steun voor Griekenland en wordt voor maximaal 28,8 miljard euro geparticipeerd in het noodfonds voor eurolanden.

Overheid

De staat heeft naar verwachting voor 40,9 miljard euro aan aandelen, leningen en andere deelnemingen uitstaan bij financiële instellingen. Eind vorig jaar was dat nog 43,8 miljard euro.

De looptijd van de meeste interventies die de overheid tijdens de kredietcrisis deed, is vooralsnog onbepaald of onbekend, aldus de Rekenkamer.

IJsland

Het financiële risico is het gevolg van de steun die in de crisis werd verleend aan ABN Amro, Fortis, ING, SNS Reaal en Aegon. Daarnaast werd de schadevergoeding die IJsland moet betalen aan Nederlandse spaarders van de failliete bank Icesave voorgeschoten en werd het depositogarantiestelsel uitgebreid.