DEN HAAG - De koopkracht van veel mensen komt volgend jaar iets meer onder druk te staan dan verwacht, omdat de kosten van het levensonderhoud wat hoger uitvallen.

Werkenden zullen dit wellicht beter kunnen opvangen dan mensen zonder een baan, omdat in 2011 naast de inflatie ook de lonen harder zullen stijgen dan gedacht.

Dat blijkt uit een brief die minister Henk Kamp (Sociale Zaken) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd ter voorbereiding van zijn begrotingsbehandeling volgende week.

''Het koopkrachtbeeld is iets negatiever geworden vanwege een iets hoger geraamde inflatie met een kwart procent. Daartegenover staat wel dat ook de ontwikkeling van de contractlonen een kwart procent hoger wordt geraamd'', schrijft Kamp.

Rouvoet

Op verzoek van fractieleider André Rouvoet van de ChristenUnie zijn inkomenseffecten van het regeerakkoord voor gezinnen met kinderen doorgerekend door het Centraal Planbureau (CPB).

De nieuwe koopkrachtplaatjes van huishoudens met kinderen wijken iets af van eerdere doorrekeningen van het CPB, die zijn gepresenteerd in september bij Prinsjesdag met de begroting Sociale Zaken van het vorige kabinet.

Alleen bij minima met kinderen en werkende alleenstaande ouders zijn er gevolgen te zien. Zij gaan er volgend jaar 0,25 procent op vooruit of hun bestedingsmogelijkheden blijven gelijk aan dit jaar. Eerder gingen ze er nog 0,25 tot 0,5 procent op vooruit.

Compensatie

Voor overige huishoudens met kinderen verandert er niks ten opzichte van september. Gezinnen waar beide partners werken, gaan er gemiddeld 0,25 procent op achteruit. Gezinnen met één kostwinner verliezen naar verwachting een 0,5 tot 1 procent koopkracht.

Het algemene koopkrachtbeeld liet in september een min van 0,25 procent voor volgend jaar zien. Toen trokken vooral ouderenorganisaties aan de bel, omdat gepensioneerden er meer op achteruit zouden gaan. In reactie daarop stelt Kamp nu dat de ontwikkeling bij ouderen past in het algemene beeld en dat AOW'ers deels worden gecompenseerd.

Minder armoede

Ook wijst de minister erop dat het gemiddelde inkomen en het vermogen van 65-plussers de afgelopen tijd sneller zijn gestegen dan dat van 65-minners. Onder gepensioneerden komt ook minder armoede voor dan onder jongeren.

Dit komt vooral doordat de meeste ouderen tegenwoordig aanvullend pensioen hebben opgebouwd naast hun AOW.