BUENOS AIRES - De Argentijnse regering heeft dinsdag een begroting aan het parlement voorgelegd die in een sterke beperking van de uitgaven voorziet. In vergelijking met een eerdere begroting, die oud-minister Domingo Cavallo eind vorig jaar presenteerde, wil de regering 22,5 procent minder besteden.

Met de nieuwe begroting hoopt Buenos Aires het Internationaal Monetair Fonds gunstig te stemmen. Dat had de vrees geuit voor een te optimistische raming van de economische toekomst. Ook vreesde het fonds dat de regering niet zou afstappen van de gewoonte in de Argentijnse politiek om meer uit te geven dan er aan geld binnenkomt.

Veel economen zien dat beleid uit het verleden als de belangrijkste oorzaak van de crisis waarin het Latijns-Amerikaanse land verkeert. "Het terugbrengen van de uitgaven is onvermijdelijk, omdat niemand ons geld leent", zei minister Jorge Remes Lenicov van Economische Zaken bij de presentatie van de begroting.

De regering wil dit jaar 38 miljard peso (22 miljard euro) uitgeven. Zij gaat uit van een begrotingstekort van 3 miljard peso. Vorig jaar bedroeg het tekort nog 10 miljard peso. Zij schat de inflatie dit jaar op 15 procent. In januari stegen de prijzen met ,3 procent. Dat was het hoogste percentage in één maand in tien jaar. De inflatie is het gevolg van de devaluatie van de peso met procent, waartoe de regering in Buenos Aires begin januari besloot.

Onrust

Terwijl de regering haar plannen presenteerde, gingen duizenden werkloze en arme Argentijnen de straat op voor het recht op werk en voedsel. Zij sloegen op trommels en zwaaiden met vlaggen, terwijl ze naar de residentie van president Duhalde aan het Plaza del Mayo liepen. De demonstranten uitten de vrees dat de president hun dezelfde bittere pil wil toedienen als Fernando de la Rua, die na gewelddadige protesten tegen zijn bewind op 20 december aftrad.

De demonstranten kondigde op 16 februari opnieuw een grote demonstratie aan tegen het economische beleid van de regering.