DEN HAAG - De regering streeft naar invoering op grote schaal van de zogenoemde energiemeter, een apparaat dat op afstand kan worden bediend en uitgelezen.

Minister Maxime Verhagen (Economische Zaken) hoopt dat in 2020 vier op de vijf huishoudens zo'n slimme meter hebben, zei hij woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Een slimme energiemeter stuurt digitale informatie naar de netwerkbeheerder. Het idee erachter is dat deze betere informatie kan geven aan de consument. Dat zou moeten leiden tot energiebesparing.

Een eerder voorstel van de vorige minister Maria van der Hoeven werd door de Eerste Kamer afgewezen omdat het inbreuk zou maken op de privacy.

Het nieuwe voorstel voorziet in een betere bescherming van persoonsgegevens en kan niet verplicht worden opgelegd aan consumenten. De Consumentenbond steunt het nieuwe voorstel. Volgens Verhagen kan ook de Vereniging Eigen Huis zich erin vinden.

Kleinschalige invoering

Als de Tweede en de Eerste Kamer het nieuwe voorstel steunen, wil Verhagen in de eerste twee jaar beginnen met een kleinschalige invoering van de slimme meter. Als de resultaten hem bevallen, wil hij de invoering erna uitbreiden.

Netbeheerders worden verplicht de meter aan te bieden aan consumenten. De klant heeft de keuzevrijheid om deze al dan niet in huis te nemen.

Zaklamp

Verhagen schetste de voordelen van de meter: ''Op een zaterdag, na een lange week hard werken, hoef je niet meer met een zaklamp in de kruipruimte om de meterstand op te nemen. Van je rust genieten in plaats van door de spinnenwebben te kruipen.

''Verder stelde hij dat energiebedrijven nooit meer hoeven te werken met schattingen van verbruik, die in het nadeel kunnen uitvallen van consumenten. ''De eindafrekening wordt zorgvuldiger.''

Een meerderheid in de Kamer lijkt zich in hoofdlijnen te kunnen vinden in het nieuwe voorstel.