STUTTGART - DaimlerChrysler moet zich definitief verdedigen tegen een claim van drie miljard dollar in verband met de fusie waaruit de onderneming is ontstaan. Een rechtbank in de Verenigde Staten heeft het verzoek van voormalig grootaandeelhouder Kirk Kerkorian gegrond verklaard, zo bleek zondag.

Het conflict draait om het samengaan van het Duitse autoconcern Daimler-Benz en het Amerikaanse Chrysler in 1998. Beide ondernemingen spraken destijds van "een fusie van gelijken", maar volgens Kerkorian hebben de Duitsers de zeggenschap duidelijk naar zich toe getrokken. Volgens hem was het dan ook een overname van Chrysler en had Daimler-Benz een flinke premie moeten betalen aan de aandeelhouders van de Amerikaanse autobouwer.

Kerkorian had destijds 13,75 procent van de aandelen Chrysler in handen. De miljardair eist drie miljard dollar als schadevergoeding voor koersverliezen die hij sinds de fusie heeft geleden.

In een soortgelijke zaak trof het autoconcern eerder een schikking. DaimlerChrysler betaalde in augustus 300 miljoen dollar aan een groep aandeelhouders die over het samengaan van de twee ondernemingen klaagden. DaimlerChrysler benadrukte dit weekeinde dat deze betaling geen schuldbekentenis is geweest.

Topman Schrempp van Daimler-Chrysler zei in 2000 in de Britse zakenkrant Financial Times dat de fusie van meet af aan als overname was bedoeld. Het verlieslijdende Chrysler kwam snel na de fusie onder leiding te staan van de Duitser Dieter Zetsche. Die zette een deel van de Amerikaanse directie buiten de deur ten faveure van Duitsers.