AMSTERDAM - Idealisten noemen sommigen ze. Realisten noemen ze zichzelf. De mannen van Atlantis Zeilende Handelsvaart willen duurzaam transport over zee weer op de kaart zetten. Daarvoor hebben ze alleen wel ongeveer twaalf miljoen euro nodig.

Arjen van der Veen (35), Andreas Lackner (33) en Jorne Langelaan (31) zagen tien jaar geleden tijdens een zeilreis zwarte rook aan de horizon, veroorzaakt door de vele enorme vrachtschepen, die dagelijks de oceanen doorkruisen.

"Dat kan nooit goed zijn", dacht het drietal al voordat de problemen van klimaatverandering door Al Gore en de zijnen op de kaart waren gezet. “Die schepen stoten niet gewoon dieselrook uit, maar puur chemisch afval. Toen werd het idee geboren om weer zeilend vracht te gaan vervoeren", vertelt Van der Veen.

Oude scheepsromp

In een tijd dat duurzaamheid nog niet echt in de mode was ging het drietal, net afgestudeerd aan de Enkhuizer Zeevaartschool, met hun idee aan de slag. "We deden marktonderzoek in Afrika, de Cariben en Zuid-Amerika, gingen langs handelshuizen en reders. Hier en daar was interesse."

In 2007 kochten ze een oude scheepsromp om daar vervolgens 2,5 jaar full-time verder aan te bouwen in hun thuishaven in Den Helder.

De bouw werd gefinancierd met waardecertificaten, net zoals dat vroeger gebeurde in de hoogtijdagen van de Verenigde Oostindische Compagnie en het drietal richtte daartoe de Stichting Zeilende Handelsvaart en Fairtransport shipbrokers op. Het resultaat, de 32-meter lange en 126 ton zware schoenerbrik de Tres Hombres, zou niet misstaan op een zeventiende-eeuws schilderij.

TresHombres460
Foto: Berber van Beek | De Tres Hombres

Duurzame mascotte

Na de verwoestende aardbeving op Haïti bracht de Tres Hombres als eerste Europese schip hulpgoederen naar het eiland. Daarna vervoerde het drietal in de Cariben ladingen van het ene naar het andere eiland. Vanuit de Dominicaanse republiek namen ze vervolgens een vracht rum mee terug naar Nederland.

Ook was de Tres Hombres een van de pronkstukken van Sail 2010 in Amsterdam. "Met dit schip kunnen we natuurlijk nooit de concurrentie aangaan met de grote containerschepen", zegt Van der Veen. “Maar dat is ook niet de bedoeling. Onze “Tres Hombres” is de mascotte voor de duurzame handelsvaart die we nu opzetten."

Vervuilende vrachtschepen

Hun plan sluit inmiddels naadloos aan bij de tijdgeest. Alles moet duurzaam. Maar biologische koffie uit Zuid-Amerika, biologisch katoen, of de ingrediënten voor biomassa: ze worden nu allemaal nog met vervuilende vrachtschepen naar Nederland gebracht.

Van der Veen: "Je kunt je afvragen waar je mee bezig bent als je duurzaam of biologisch produceert buiten de landsgrenzen en het vervolgens niet duurzaam vervoert."

Hybride schepen

Met de hybride schepen waarvoor de ontwerpen op de tekentafel liggen, hoopt het drietal een gat in de markt te hebben gevonden. Van der Veen garandeert dat de ecoliner, een schip dat zich met behulp van wind en waar nodig met motorvermogen voortbeweegt, vijftig tot negentig procent minder brandstof verbruikt dan een schip dat alleen motervermogen gebruikt. “Als je daar dan twee jaar mee vaart, heb je de kosten voor het tuig van het schip er al uit”, zegt Van der Veen.

"De schepen die we aan het ontwikkelen zijn rusten we uit met zo schoon mogelijke motoren", zegt Van der Veen. "Als er te weinig wind is en je onder het gemiddelde vaart, kun je de schroef erbij aanzetten, op een vermogen naar keuze." De nieuwe hybridevaart zal deels andere routes bevaren dan de reguliere vrachtschepen. "Wij moeten weer gebruik gaan maken van de oude snelle zeilroutes."

EcoLineer
Foto: Manta Marine Design | Artist impression van het hybride vrachtschip

Gratis wind

Voor de ontwikkeling en bouw van een prototype hybride vrachtschip heeft Atlantis Zeilende Handelsvaart twaalf miljoen euro nodig. Met mogelijke investeerders worden al gesprekken gevoerd.

Van der Veen: "Interesse is er wel, maar het is nog even afwachten wat de markt gaat doen. Door de economische crisis is de tijd er misschien nog niet helemaal rijp voor. Maar wij gaan gewoon door. Het lijkt misschien idealistisch. Maar zelfs als de olieprijs niet omhoog schiet is dit hét duurzame en uiteindelijk ook goedkopere alternatief. Wind blijft immers gratis.”