Rechtszaak over openbaar vervoer Amsterdam

AMSTERDAM - Een aantal vervoersbedrijven sleept de Stadsregio Amsterdam voor de rechter. Zij zijn het er niet mee eens dat die de concessie voor het openbaar vervoer in Amsterdam voor de periode van 2012 tot en met 2017 aan het openbaarvervoerbedrijf GVB heeft gegund.

De firma's die naar de rechter stappen zijn Arriva, Veolia, Syntus en Connexxion. Zij hebben zich verenigd in de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN). Een woordvoerder daarvan bevestigde dinsdag een bericht hierover in Het Parool.

De Stadsregio (een samenwerkingsverband van gemeenten in de regio Amsterdam) maakte vorige week bekend dat het GVB verantwoordelijk blijft voor bussen, trams en metro in de hoofdstad.

De Stadsregio heeft de concessie onderhands gegund. Dat betekent dat andere bedrijven geen bod konden doen, zoals bij een openbare aanbesteding.

Controversieel

De FMN claimt dat de onderhandse gunning in strijd is met de wet. ''De wet personenvervoer zegt dat vanaf 2012 het stadsvervoer in de grote steden moet worden aanbesteed. Een voorgenomen wetswijziging om onderhandse gunning alsnog mogelijk te maken, is na het vallen van het kabinet eerder dit jaar controversieel verklaard'', aldus de voorzitter van FMN, Anne Hettinga.

Ook is de onderhandse gunning volgens de mobiliteitsbedrijven een gemiste kans om fors te bezuinigen op de kosten van openbaar vervoer en de kwaliteit te verbeteren.

Subsidie

Het GVB krijgt vanaf 2012 122 miljoen euro subsidie per jaar. Dat is 28 miljoen euro minder dan nu, maar de bedrijven van het FMN zeggen het goedkoper te kunnen doen. Volgens de woordvoerster is de belastingbetaler per jaar 50 miljoen euro goedkoper uit wanneer een ander bedrijf dan het GVB het ov in de hoofdstad verzorgt.

Het GVB was vroeger een gemeentelijk bedrijf. Enkele jaren geleden verzelfstandigde het, maar de aandelen zijn in handen van de gemeente Amsterdam.

Lees meer over:
Tip de redactie