WAGENINGEN - De Q-koorts kost een besmet bedrijf gemiddeld 283 euro per volwassen vrouwelijk dier. Bedrijven die pas dit voorjaar zijn geruimd, lijden aanzienlijk meer schade dan bedrijven die al in december vorig jaar werden leeggehaald.

Dat blijkt uit een berekening, die onderzoeksinstituut LEI van de Wageningen Universiteit op verzoek van het ministerie van Landbouw heeft gemaakt.

Bedrijven die laat zijn geruimd, lijden in totaal bijna 104.000 euro meer schade dan de vroeggeruimde bedrijven. Dat komt omdat op de 'late' bedrijven veel minder dieren zijn geruimd, waardoor de geitenhouders met een veel grotere hoeveelheid dieren blijven zitten waarvoor een levenslang fokverbod geldt.

Schadevergoeding

Die dieren kunnen alleen nog worden afgevoerd naar de slachterij voor 12,50 euro per stuk. Ook kregen deze geitenboeren veel minder schadevergoeding dan de bedrijven waar de geiten het eerst werden afgemaakt, aldus het LEI vrijdag.

Vanwege de uitbraak van de Q-koorts zijn negentig melkgeitenbedrijven geruimd. Op de 63 bedrijven die rond de jaarwisseling aan de beurt waren, verdween gemiddeld 57 procent van alle dieren.

Drachtige geiten

Op de later geruimde bedrijven was dat nog maar 10 procent. Dat komt omdat alleen drachtige geiten zijn geruimd en op de late bedrijven hadden die toen al gelammerd. Voor deze dieren geldt wel een levenslang fokverbod.

Het LEI is voor de schadeberekening uitgegaan van een gemiddeld bedrijf, dat 1120 geiten heeft. Als zo'n bedrijf vroeg is geruimd, heeft het 243.000 euro aan schadevergoeding ontvangen. Was zo'n bedrijf laat aan de beurt, dan is nog maar 33.000 euro overgemaakt.

Melkopbrengst

Dat verschil in vergoeding wordt niet goedgemaakt door een hogere melkopbrengst in de komende drie jaar, aldus het LEI. Een laatgeruimd bedrijf zal er veel langer over doen om de veestapel weer op peil te brengen en heeft daar ook meer eigen kapitaal voor nodig.

Het LEI geeft geen adviezen hoe het ministerie met de verschillen tussen de twee groepen bedrijven om zou kunnen gaan.

Wel constateert het instituut dat een nadeel van 104.000 euro als ''een hoge last'' moet worden beschouwd, zeker gezien het ''gemiddeld vrij bescheiden inkomensniveau.''