DEN HAAG - Hoge zekerheid van pensioenen heeft nadelige gevolgen voor de werkgelegenheid. De hogere pensioenpremies, die nodig zijn voor hardere garanties, leiden in 2007 tot een verlies van 60.000 banen, zo blijkt uit berekeningen van het Centraal Plan Bureau (CPB).

Donderdag liet onderdirecteur Casper van Ewijk op het jaarcongres van ondernemingspensioenfondsen weten dat als Nederland een vrijwel risicoloos pensioen wil, de premies "voor een aantal jaren aanzienlijk hoger" zullen uitpakken. Hij voorziet een stijging van 10,5 procent van het brutoloon afgelopen jaar tot 14 procent in de jaren 2004-2007.

Deze "pensioenschok" leidt in 2007 tot een daling van het bruto binnenlandsproduct van 1,25 procent. Het financieringstekort zal 1,25 procent hoger uitvallen.

De cijfers vormen een nadere uitwerking van de zogeheten luxe variant van de discussie over de zekerheid van waardevaste pensioenen. Hierover heeft het CPB met De Nederlandsche Bank (DNB) en de Pensioen- en Verzekeringskamers onlangs een tussenrapport aan staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken gestuurd.

De keuze over de mate van zekerheid van pensioenen is niet de enige discussie die gevoerd moet worden. Van Ewijk wierp tevens de vraag op wie de verantwoordelijkheid voor de macro-economische gevolgen zou moeten nemen. De pensioenfondsen, de sociale partners, de toezichthouder of de wetgever.