AMSTERDAM - Toezichthouders willen bedrijven die de fout in gaan sneller aan de schandpaal kunnen nagelen. Dat concludeert het Financieele Dagblad woensdag uit een rondgang langs onder meer de Autoriteit Financiële Markten (AFM), telecomwaakhond Opta, de Consumentenautoriteit en de Voedsel en Warenautoriteit.

De AFM mag van alle toezichthouders het verst gaan als het gaat om het openbaar maken van de naam van het bedrijf dat in overtreding is.

Maar zelfs die toezichthouder wil volgens de krant meer mogelijkheden. "Wij moeten nog terughoudend zijn zolang een onderzoek loopt, terwijl het in het belang van de consument is om gewaarschuwd te worden", zegt een woordvoerder.

Ook de Consumentenautoriteit wil de naam van een bedrijf dat wordt onderzocht al tijdens het onderzoek openbaar maken. Maar alleen als er een direct risico is en er een redelijk vermoeden van overtreding bestaat.

Betere regeling

Hoogleraar ondernemingsrecht Daan Doorenbos wijst er in de krant echter op dat een bedrijf nogal eens onterecht als overtreder wordt genoemd. Hij vindt de huidige regeling, waarbij eerst de hele procedure wordt afgehandeld, daarom beter.

Een argument voor is volgens de toezichthouders dat 'naming and shaming' afschrikwekkend werkt. Het zou duidelijk maken dat er een te vrezen toezichthouder is.

De Opta is onlangs door de rechter op de vingers getikt omdat het een boete aan KPN openbaar had gemaakt terwijl de juridische procedure van bezwaar en hoger beroep nog niet was afgerond. KPN zou dus alsnog onschuldig kunnen worden verklaard, wat zou betekenen dat het bedrijf onterecht aan de schandpaal is genageld.

De Opta hoopt dat de Raad van State in oktober oordeelt dat de naam wel bekendgemaakt had mogen worden. Anders zou er duidelijkere wetgeving moeten komen.