DEN HAAG - Werknemers hebben vorig jaar voor een recordbedrag ingelegd op levensloopregelingen. Voor het eerst sinds de invoering van de levensloopregeling ruim vier jaar geleden was er sprake van een stijging van de inleg,

Dat blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van het CBS. De kentering heeft te maken met de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd.

''Meer dan de helft van de respondenten gaf aan met de regeling eerder te willen stoppen met werken'', aldus economisch woordvoerder Senne Jansen van het CBS.

Een andere verklaring voor de toegenomen belangstelling is dat er vorig jaar sowieso meer interesse was voor allerlei spaarvormen vanwege de crisis.

Verlof

Met een levensloopregeling kunnen werknemers belastingvrij maximaal 210 procent van hun brutojaarloon sparen.

Dit spaargeld kan worden gebruikt voor een periode van onbetaald verlof of om eerder met pensioen te gaan. Per jaar kan maximaal 12 procent van het brutoloon opzij worden gezet.

Hoogste inleg

In totaal hebben werknemers vorig jaar 908 miljoen euro in levensloopregelingen gestopt. Dat is ruim 10 procent meer dan een jaar eerder en de hoogste inleg tot nu toe. Vanaf het eerste jaar van de levensloopregeling in 2006 tot 2008 daalde de inleg elk jaar.

Vorig jaar deden 250.000 werknemers met de levensloopregeling mee. Dat is minder dan 1 op de 25 werknemers.

Het totale tegoed op de levensloopregelingen bedroeg eind vorig jaar bijna 3,3 miljard euro. Bijna driekwart hiervan staat op een spaarrekening; de rest is gebruikt voor een beleggingsverzekering of in beleggingsfondsen gestopt.