LUXEMBURG - De zestien landen die de euro hanteren zijn het maandag in Luxemburg definitief eens geworden over een noodpakket van 500 miljard euro om zo nodig lidstaten bij te springen die hun schulden niet meer kunnen betalen.

Voorzitter Jean-Claude Juncker van de eurogroep heeft dat na afloop gezegd.

De eurolanden besloten enkele weken terug om het noodpakket mogelijk te maken, maar de laatste details moesten nog worden ingevuld.

Kapitaalmarkt

Van de 500 miljard komt 60 miljard voor rekening van de Europese Commissie. De overige 440 miljard wordt geleend op de kapitaalmarkt, waarbij de eurolanden garant staan. Dat gebeurt naar rato. Het Nederlandse aandeel bedraagt 26 miljard. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) draagt ook nog eens zo'n 250 miljard bij.

Het noodpakket dient om in te zetten als dat noodzakelijk is. Demissionair minister Jan Kees de Jager van Financiën onderstreepte maandag nog eens dat er tot dusver nog geen beroep is gedaan op het geld.

Eensgezindheid

De Jager toonde zich verheugd over de eensgezindheid waarmee de landen van de eurozone de knoop hebben doorgehakt. De uitkomst is volgens hem in lijn met de Nederlandse wensen. Nederland heeft steeds krachtig aangedrongen op harde voorwaarden voor landen die aanspraak willen maken op de noodhulp, stelde hij. ''Dat heeft vandaag definitief vorm gekregen.''

Eerder trokken de eurolanden al 110 miljard uit om het in problemen verkerende Griekenland bij te springen. Ook Spanje en Portugal bevinden zich in de gevarenzone. Eurocommissaris Olli Rehn (Economisch en Monetair Beleid) riep beide landen maandag op meer economische hervormingen door te voeren.