DEN HAAG - Werkgevers en vakbonden hebben vrijdag een principeakkoord gesloten over de AOW- en de pensioenleeftijd. Hiermee komt een einde aan een langslepend conflict.

De leeftijd waarop de AOW ingaat, gaat volgens het akkoord met ingang van 2020 naar 66 jaar en in 2025 naar 67.

Daarna zou deze leeftijd worden gekoppeld aan de verder stijgende levensverwachting en elke vijf jaar worden getoetst. Wel blijft het mogelijk om met 65 jaar te stoppen met werken. Dan is de AOW-uitkering echter wel lager.

Het akkoord moet nog worden voorgelegd aan de achterban.

Balkenende

Premier Jan Peter Balkenende noemde het akkoord over de AOW- en pensioenleeftijd van grote betekenis. ''Ik verwacht dat de plannen absoluut op de formatietafel komen te liggen'' van een nieuw te vormen kabinet, stelde Balkenende. Hij benadrukte als demissionair premier te reageren en niet als CDA-lijsttrekker.

Dat sociale partners het eens zijn over de wijze waarop de AOW- en pensioenleeftijd omhoog kan, is volgens de premier van belang voor het op orde brengen van de overheidsfinanciën met de toenemende vergrijzing.

Bovendien zei hij dat ''het heel positief'' is dat werkgevers en vakbonden ook hebben afgesproken om maatregelen te nemen om mensen daadwerkelijk langer aan het werk te houden, bijvoorbeeld met scholing.

Jongerius

De FNV houdt waarschijnlijk een referendum onder de leden over het akkoord dat is bereikt over verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd. FNV-voorzitter Agnes Jongerius zal dit maandag voorstellen aan de federatieraad, het parlement van de vakcentrale.

CNV en MHP raadplegen de leden op de traditionele manier. Zij schrijven via de aangesloten bonden ledenraadplegingen uit.

Jongerius beveelt het akkoord ''warm aan'' aan de politiek. ''De AOW begint met dit akkoord aan een tweede jeugd'', zei zij.