AMSTERDAM - Hoewel verschillende politieke partijen de beperking van de hypotheekrenteaftrek hoog op het verlanglijstje hebben staan, is het belastingvoordeel voor huizenbezitters geen onderwerp van gesprek bij de meeste gemeenten.

Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau BMC. En dat terwijl het gemeenten veel geld kan kosten, mocht het komen tot een aanpassing.

Het 'h-woord' valt veelvuldig tijdens de campagne. Veel partijen - SP, GroenLinks, D66, PvdA - willen de maatregel op de schop nemen.

D66-leider Alexander Pechtold heeft zelfs de hervorming van de woningmarkt tot 'breekpunt verklaard'. Alleen CDA, VVD en de PVV verzetten zich tegen 'gemorrel' aan de hypotheekrenteaftrek. VVD-leider Mark Rutte weigert het echter tot breekpunt te bombarderen.

Ozb

Mocht de hypotheekrente na de verkiezingen op de helling gaan, dan kost dat gemeenten geld. Door de verwachte waardedaling van de huizenprijs lopen de gemeenten inkomsten mis aan de onroerendzaakbelasting (ozb).

Die belasting levert nu in totaal 2,9 miljard euro op. Bij een gemiddelde waardedaling van 4,7 procent krijgen de gemeenten in 2015 zo'n 136 miljoen euro minder ozb in het laatje, stelt BMC. Daarnaast valt er minder te verdienen aan nieuwbouwprojecten en de verkoop van grond.

Afwachten

Uit een steekproef van BMC onder 33 gemeenten blijkt dat de meeste - 73 procent - zich niet bezighouden met mogelijke aanpassingen van de hypotheekrenteaftrek. Gemeenten willen eerst de verkiezingen afwachten en bezien welke maatregelen de nieuwe regering daadwerkelijk neemt.

"De meeste gemeenten beseffen wel dat een aanpassing van de hypotheekrenteaftrek grote gevolgen kan hebben, maar verwachten dat deze niet aangepast zal worden en hebben daarom ook niet nagedacht over de mogelijke wijzigingen met betrekking tot het woonbeleid." Slechts een enkele, veelal grote gemeente (zes procent) heeft scenario's klaarliggen voor het geval het tot een aanpassing van de hypotheekrenteaftrek komt, aldus BMC.