AMSTERDAM - Het aantal buitenlandse investeringsprojecten in Nederland is sinds de financiële crisis minder hard gedaald dan gemiddeld in de rest van Europa. Toch is er reden tot zorg over het Nederlandse investeringsklimaat.

Dat zeggen Jan Siemons en Ad Buisman van Ernst & Young

Dinsdag presenteerden zij een rapport waarin ze over het aantrekken van buitenlandse investeringen de vraag stellen: ''Laat Nederland kansen liggen?''

Hun antwoord luidt: ''ja'' voor drie belangrijke soorten investeringen: vestiging van een Europees hoofdkantoor, research & development (R&D) en transport & logistiek.

Projecten

In heel Europa is het aantal buitenlandse investeringsprojecten in 2009 in vergelijking met 2008 met 11 procent gedaald. In Nederland was de afname 7 procent.

Grote stijgers waren Oekraïne, Turkije en Rusland. In onder meer Zwitserland, Polen, Hongarije, Ierland en Spanje werden sterke dalingen vastgesteld. In Duitsland en België steeg het aantal buitenlandse investeringsprojecten met respectievelijk 7 en 3 procent.

Koplopers

Het aantal vestigingen van Europese hoofdkantoren daalde met 50 procent naar zes nieuwe kantoren.

Duitsland trok 48 procent meer nieuwe hoofdkantoren aan dan in 2008 en België bleef stabiel met acht nieuwe hoofdkantoren.

De Nederlandse kenniseconomie kon buitenlandse bedrijven in 2009 slechts verleiden tot drie investeringen in R&D-vestigingen. België deed dat met elf projecten aanzienlijk beter.

Koplopers op het gebied van onderzoek en ontwikkeling waren het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Spanje.

Logistiek

Nederland wist het aantal buitenlandse investeringsprojecten in logistiek en transport in 2009 bijna te verdubbelen van twaalf naar 23.

Nederland moest in absolute aantallen echter Frankrijk, Duitsland en wederom België, met 26 projecten, voor zich dulden. De positie van Nederland als toegangspoort naar Europa staat daarmee onder druk.

Voor de aan- en toevoer van producten en goederen naar Oost-Europa is de Duitse transportsector sterk in opkomst.

Arbeidskosten

Ernst & Young constateert dat buitenlandse ondernemingen vooral slecht te spreken zijn over de arbeidskosten, arbeidsflexibiliteit en grondprijzen in Nederland.

Ze manen ondernemers en politiek om het aantrekken van buitenlandse investeringen hoger op de agenda te plaatsen en met publiek-private samenwerkingsprojecten te stimuleren.

Arbeidsplaatsen

Voor het onderzoek turfde Ernst & Young het aantal buitenlandse investeringsprojecten die binnen een jaar ten minste twintig nieuwe arbeidsplaatsen opleverden.

Verder vroeg het bureau ruim tweehonderd bestuurders van buitenlandse internationale ondernemingen naar hun mening over het investeringsklimaat in Nederland.

Ze betrokken ook niet-EU landen in hun onderzoek, zoals Zwitserland, Turkije en Rusland.