AMSTERDAM - De kritiek van topbestuurders dat de code-Tabaksblat niet strookt met internationale gedragsregels voor een goed ondernemingsbestuur is "een beetje flauw". Dat zei Morris Tabaksblat dinsdag tijdens een bijeenkomst, georganiseerd door Het Financieele Dagblad. De verwijten komen in zijn ogen voort uit "selectieve verontwaardiging" en "opportunisme".

Volgens Tabaksblat reageren toplieden "iets te vaak te Nederlands als ze het er simpelweg niet mee eens zijn". Er is wel degelijk goed over de grens gekeken toen de tientallen aanbevelingen voor verbetering van het ondernemingsbestuur werden geformuleerd, pareerde de voormalig topman van Unilever de kritiek. Verwijten dat zijn commissie heeft zitten navelstaren, wijst hij van de hand.

Uitglijders

Een commissie onder aanvoering van Tabaksblat heeft begin juli een pakket aanbevelingen gepubliceerd om het bestuur van bedrijven op een hoger plan te tillen. Doel van het rapport is de risico's op uitglijders in het bedrijfsleven in te dammen, onder meer door aandeelhouders meer macht te geven.

Diverse bedrijven stelden in een reactie dat de code zich teveel op de Nederlandse polder richt. Internationale bedrijven, waaronder oliegigant Shell en bankconcern ABN Amro, zouden de aanbevelingen maar ten dele kunnen overnemen, omdat ze botsen met de regels in het buitenland. Bedrijven konden tot begin september reageren op de aanbevelingen. Tabaksblat buigt zich momenteel over de kritiek en zal nog dit jaar een definitieve code presenteren.

Fatsoen

In de uiteindelijke aanbevelingen zal de commissie weinig rekening houden met het argument uit het bedrijfsleven dat de ondernemingscultuur vooral drijft op het goede fatsoen van bestuurders. Scherpe regelgeving is juist nodig om ervoor te zorgen dat fatsoensnormen bovenaan op de agenda van bedrijven staan, aldus Tabaksblat.

"Helaas is er geen algemene wet die garandeert dat alleen nette mensen komen bovendrijven naar de hoogste posities in een onderneming. Bovendien wordt iemands integriteit veel harder op de proef gesteld wanneer hij topbestuurder wordt. De druk is groter en de verleidingen eveneens."

Topsalarissen

Tabaksblat merkte ook op dat ondernemers alleen van fatsoensnormen reppen als het hun uitkomt. Tijdens de heftige discussies over topsalarissen kwam dit onderwerp de afgelopen maanden niet aan bod. Topmannen wijzen altijd naar de internationale arbeidsmarkt om hun beloning te verdedigen. Daarover zei de commissievoorzitter: "Er is geen vrije markt voor topsalarissen, maar een zeer onvolkomen markt. En zelfs als er een vrije markt is, mag je fatsoensnormen niet overboord zetten."