FRANKFURT - Nog enkele dagen en het avontuur van Wim Duisenberg als president van de Europese Centrale Bank (ECB) zit erop. Het zal de 68-jarige Fries zwaar zijn gevallen, omdat de functie meer politieke lading kreeg dan verwacht.

Toen Duisenberg in 1998 werd aangewezen als ECB-president leek niets een succesvol vervolg van zijn carrière in de weg te staan. Smetteloos was zijn blazoen, een reputatie die Duisenberg te danken had aan zijn vijftien jaar als president van De Nederlandsche Bank. Het feit dat hij als minister van Financiën in de jaren zeventig de overheidsfinanciën uit de hand had laten lopen, deed daar niets aan af.

De vijf jaar als ECB-president hebben Duisenbergs imago echter enkele deuken bezorgd. De Britse pers noemde hem 'Dim Wim' (Domme Wim) toen hij weer eens zijn mond voorbij had gepraat. Van dit stempel is Duisenberg nooit meer afgekomen. Elk woord werd gewogen, waardoor hij vaak nerveus naar de verplichte persconferenties toog. In Het Financieele Dagblad bekende hij dat hij op een gegeven moment maar speciale pilletjes is gaan slikken om wat rustiger te worden voorafgaand aan deze publieke optredens.

Vooral de Angelsaksische pers had niets op met Duisenberg. Ze begrepen hem niet, zo vond hij zelf, en zouden ook iets tegen de ECB zelf hebben. Zeker in vergelijking met het Amerikaanse centralebankenstelsel was de ECB maar een vreemd instituut: op het eerste oog onafhankelijk, maar ook gevoelig voor de wijze waarop de eurolanden politiek met elkaar door een deur kunnen. Duisenberg leek daardoor soms een roepende in de woestijn als hij bijvoorbeeld Frankrijk weer maande om iets aan zijn oplopende begrotingstekort te doen.

Zijn eenzaamheid bleek ook toen de euro kort na zijn introductie in 1999 in een vrije val terechtkwam. Terwijl politiek Europa zich enorm druk maakte over de zwakte van de Europese munteenheid, kon Duisenberg telkens niet veel meer uitbrengen dan dat de euro "de potentie heeft om te stijgen". En als hij dan toch een andere reactie gaf, zakte de euro alleen maar verder.

Het dieptepunt bereikte Duisenberg in oktober 2000. Op een vraag van journalisten van The Times of ingrijpen op de valutamarkten wel zo verstandig zou zijn gezien de hoog opgelopen spanningen in het Midden-Oosten, antwoordde hij met "ik zou denken van niet".

Verkeerd, zo oordeelde de buitenwacht, want over interventiestrategieën mag een centralebankpresident zich nooit en te nimmer uitlaten. De ongelukkige opmerking bracht zelfs geruchten in de wereld dat Duisenberg aan aftreden dacht, hetgeen hij overigens krachtig ontkende.

Duisenberg leek ook niet lekker op zijn stoel te zitten doordat Frankrijk op zijn positie bleef azen. Steeds weer kwam de kwestie ter sprake of Duisenberg wel na vier jaar zou aftreden, zoals hij volgens de Franse president Chirac in 1998 had beloofd. Duisenberg ontkende deze afspraak en bleef de Fransen treiteren door te suggereren dat hij langer zou blijven. In februari 2002 was eindelijk de kogel door de kerk. Duisenberg maakte bekend per 9 juli 2003 af te treden, op zijn 68e verjaardag. "Genoeg is genoeg", was zijn korte commentaar.

De aankondiging om te stoppen leek van Duisenberg een ander mens te hebben gemaakt. Alsof een last van hem was afgevallen, kon hij opeens grappig uit de hoek te komen op persconferenties. Op de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank verscheen hij onlangs zelfs even in de perszaal voor een praatje met wie dat wilde.

De 'andere Wim' begon ook langzaam in de commentaren door te sijpelen. Had een Amerikaanse krant als The Wall Street Journal in de beginjaren stevige kritiek op het afwachtende rentebeleid van de ECB, vandaag de dag is er ook plaats voor bewondering. De ECB heeft met een relatief hoog renteniveau van 2 procent ten minste nog wapens om de economische malaise te bestrijden. De Federal Reserve van zijn Amerikaanse collega Alan Greenspan bezit die met een renteniveau van 1 procent nauwelijks meer. Bovendien is de communicatie verbeterd. Duisenberg sprak de afgelopen tijd minder frequent en als hij wat zei was dat doelbewuster.

Ook is er ontzag voor het relatieve gemak waarmee Duisenberg de Europeanen warm maakte voor de euro. De introductie van de munten en bankbiljetten, op 1 januari 2002, vierde hij bij vrienden in Frankrijk. Hij vond het politiek een verkeerd signaal als hij de officiële feestelijkheden in slechts een van de twaalf eurolanden bij zou wonen.

Toch was Duisenberg zichtbaar trots op de euro. Bankbiljetten zullen nog jaren met zijn naam zijn ondertekend. Bescheiden, maar wel aanwezig, dat is de ietwat stugge Fries ten voeten uit.

Duisenberg zei dit voorjaar te hopen op een klein afscheidsfeestje met Alan Greenspan en de Britse centralebankpresident Eddie George, wier carrières toen ook ten einde leken te lopen. Met George, die met Duisenberg de 'wine and cheese-club' der centralebankpresidenten aanvoerde, komt het feestje er zeker. De 77-jarige asceet Greenspan is daarentegen gevraagd nog een termijn vol te maken.

En hoe ziet Duisenbergs leven er na 1 november uit? Commissariaten hebben niet zijn belangstelling, zo gaf hij onlangs aan, omdat boekhouden niet zijn sterkste kant is. En op een opvallende grijze haardos aan de Friese waterkant hoeven we ook niet te rekenen. Duisenberg maakte onlangs een einde aan het fabeltje dat hij van vissen zou houden. "Vissen doe ik niet. Ik heb het wel zelf in de wereld gebracht, maar het klopt niet."