DEN HAAG - Van de 43 aanvragers van subsidies voor ontwikkelingssamenwerking voor de komende jaren, vallen er 23 af. Een van de opmerkelijkste afvallers is The International HIV/AIDS consortium, waarin onder meer het AIDS fonds, Stichting Stopaidsnow en COC Nederland zitten.

Twintig aanvragers mogen de tweede ronde in om een bijdrage te krijgen voor hun hulpwerk in de periode 2011 tot en met 2015. Zij mogen voor 1 juli een uitgebreid voorstel indienen.

Dat heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken woensdag bekendgemaakt.

De aanvragers zijn bijna allemaal allianties, organisaties die hebben besloten samen te werken.

In de twintig allianties die doorgaan in de tweede fase zijn 74 organisaties gebundeld, waaronder de grote zoals Oxfam Novib, ICCO, War Child, IKV Pax Christi, Cordaid, HIVOS, Plan Nederland en Simavi.

2,1 miljard euro

Voor de komende vijf jaar had de vorige minister Bert Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking voor de hulporganisaties ruim 2,1 miljard euro gereserveerd. De twintig aanvragers zitten daar met hun subsidiewensen ter hoogte van 2,8 miljard boven.

Voor 1 juli moeten ze een nader voorstel indienen en voor 1 november wordt besloten wat de clubs echt ontvangen. Alle 43 aanvragen samen kwamen uit op een totaalbedrag van 3,7 miljard euro.

Nieuwe stelsel

Nu krijgen nog 106 ontwikkelingsorganisaties subsidie. Het nieuwe stelsel is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat de hulporganisaties meer samenwerken en tot nieuwe en effectievere vormen van ontwikkeling komen.

Andere afvallers zijn onder meer Solidaridad, Ecosysem Alliance (IUCN), Fair Trade Alliantie (Landelijke Vereniging van Wereldwinkels), Vluchtelingen Alliantie (Stichting Vluchteling/Vluchtelingenwerk Nederland) en HealthAcces Consortium (PharmAccess Foundation/ Healtnet TPO).

Criteria

Het ministerie heeft de aanvragen op meerdere criteria getoetst. Zo moeten de organisaties een kwart van hun inkomsten uit andere bronnen halen dan van Buitenlandse Zaken.

Ook mogen de medewerkers niet meer verdienen dan een directeur-generaal bij de rijksoverheid en moeten de organisaties samenwerken met maatschappelijke organisaties uit het ontwikkelingsland zelf.

Verder is gekeken naar de kwaliteit van de aanvraag en het voorstel op zich.