BRUSSEL - Het vrijmaken van de automarkt door de Europese Commissie zal er vrijwel zeker niet toe leiden dat auto's via de supermarkt worden verkocht, zoals consumentengroepen hadden gehoopt. De brancheclub van autofabrikanten ACEA zei maandag dat vrijwel alle merken hechten aan hun 'eigen' dealers.

'Brussel' wil een eind maken aan het huidige systeem, waarin dealers slechts één merk mogen verkopen in één regio. De regels gaan niet helemaal overboord:fabrikanten mogen kiezen tussen merkexclusiviteit en regionale exclusiviteit.

Secretaris-generaal Ivan Hodac denkt dat veruit de meeste fabrikanten kiezen voor dat eerste. In dat systeem mogen ze weigeren te verkopen via kanalen die ze onwenselijk vinden, zoals supermarkten. Consumentengroepen hadden gehoopt dat auto's goedkoper worden als ze behandeld worden als elk ander product.

Wel komt er dan concurrentie tussen dealers: een Renault-dealer uit Duitsland kan wagens verkopen in Nederland. Dat kan voor de consument een voordeel opleveren, omdat de kale prijzen - zonder belasting - in landen verschillen.

ACEA-voorzitter Jean-Martin Folz ziet echter geen ruimte voor prijsdaling. "De huidige winsten van autofabrikanten en dealers laten niet veel ruimte voor lagere prijzen. Er is gewoon geen verborgen goudmijn in deze branche. Je kunt altijd denken dat de laagste prijs die je nu in een bepaald land vindt, de laagste prijs voor heel Europa wordt, maar dat is logistiek niet mogelijk."

De fabrikanten betreuren dat de Commissie voorstelt om meerdere merken in één showroom te verkopen. Ook willen ze de verplichting behouden dat een autoverkoper een garage heeft. Verder protesteren ze ertegen dat een autofabrikant met een marktaandeel van meer dan procent in een bepaald land, in alle gevallen onder het systeem van concurrentie tussen dealers valt.