DEN HAAG - Het oordeel dat de Autoriteit Financiële Markten gaf over ABN-topman Gerrit Zalm was alleen gebaseerd op zijn werk bij DSB Bank.

Zijn functioneren als minister en zijn beginperiode bij ABN werden bijna niet betrokken bij het oordeel. Dat zei professor Michiel Scheltema maandag in de Tweede Kamer.

Scheltema bekeek op verzoek van de Kamer de oordelen van AFM en De Nederlandsche Bank over Zalm.

Volgens Scheltema moet een toezichthouder bij het beoordelen van de deskundigheid van een bestuurder ook kijken naar algemene leidinggevende capaciteiten, in de afgelopen vijf jaar.

''Dan is het toch opmerkelijk wanneer je alleen kijkt naar de tijd bij DSB en andere periodes er niet bij betrekt'', aldus Scheltema over de negatieve aanbeveling die AFM uiteindelijk aan DNB gaf.

Scheltema gaf maandag in de Kamer aan dat bij zijn eerste toetsing van de DNB- en AFM-oordelen over Zalm eigenlijk alleen dat van DNB van belang was.

Niet gelijkwaardig

Het oordeel van AFM was ''niet gelijkwaardig'', het was niet meer dan ''input'' voor DNB en bovendien volgens AFM zelf ''niet afgerond''. AFM goot het advies aan DNB in de vorm van een 'aanbeveling' en dat was volgens Scheltema niet juist.

Volgens het oordeel van AFM moest Zalm vertrekken bij ABN, vanwege zijn functioneren bij DSB. De Nederlandsche Bank vond dat Zalm kon blijven, demissionair minister Jan Kees de Jager sloot zich daarbij aan.

Gevarenzone

Voor een deel van de Tweede Kamer is Zalm nog steeds niet uit de gevarenzone. De PvdA geeft hem nog altijd het voordeel van de twijfel, maar vraagt zich af of Zalm bij DSB goed is geweest voor de klant óf voor de centen van eigenaar-bestuurder Dirk Scheringa.

Scheltema is met zijn commissie nog bezig het hele debacle rond DSB Bank te onderzoeken. Zijn rapport daarover zal rond eind april verschijnen.