PAPENDAL - De Nederlandse sportverenigingen gaan creatief om met de gevolgen van de recessie. Dat blijkt uit het rapport Tussen veerkracht en vrees, De impact van de recessie op de georganiseerde sport.

Het rapport is door het W.J.H. Mulier Instituut opgesteld op verzoek van de sportkoepel NOCNSF.

Aan het onderzoek namen 1300 verenigingen deel. De meeste maken zich wel zorgen over hun financiële situatie, maar er zijn weinig clubs die met 'omvallen' worden bedreigd.

Eind vorig jaar maakten meer verenigingen zich druk over hun financiën dan eind 2008. Het aandeel verenigingen dat de eigen financiële positie als (zeer) goed ervaart, is gedaald van 73 procent in 2008 naar 64 procent vorig jaar.

Bijdragen

Bijna een kwart van de verenigingen (22 procent) zag de gemeentelijke bijdragen afnemen. In 2008 was dit nog 14 procent. Er is echter creatief bezuinigd en goed ingespeeld op de teruglopende inkomsten.

Bij 33 procent van de verenigingen liepen de sponsorinkomsten in 2009 terug. Een jaar eerder was dat nog het geval bij 20 procent.

In totaal 22 procent van de verenigingen geeft aan dat ze vorig jaar moesten bezuinigen. In 2008 was dat nog 13 procent. En dit jaar houdt bijna een op de drie clubs er rekening mee dat ze moeten bezuinigen.

Vacatures

Eind vorig jaar kenden sportverenigingen volgens het onderzoeksinstituut 184.000 vacatures voor vrijwilligers en 7400 vacatures voor betaalde krachten.

Gemiddeld heeft een vereniging veertig vrijwilligers en 2,5 betaalde krachten in dienst. Steeds meer verenigingen werken samen met een of meer andere organisaties.

Waakzaamheid

Volgens het onderzoek is waakzaamheid wel geboden om er voor te zorgen dat de grootste investeerder in de sport, de lokale overheid, haar bezuinigingen niet op de sport afwentelt.

NOCNSF heeft vorig jaar in verband met de recessie het meldpunt Sport en Crisis ingesteld om de clubs bij te staan.