RIJSWIJK - De twee grootste pensioenfondsen in Nederland hebben het afgelopen kwartaal bijna 4 miljard euro aan hun belegd vermogen toegevoegd. Het ABP, de grootste pensioenbelegger, haalde in het derde kwartaal 2,5 miljard op. Het vermogen van PGGM, de nummer 2, steeg met 1,4 miljard euro.

Dat blijkt uit de kwartaalberichten die beide pensioenbeheerders donderdag hebben gepubliceerd. PGGM draaide het beste rendement, met 2,5 procent. De beleggingen van het ABP leverden een rendement van 1,8 procent op.

PGGM presteerde het afgelopen kwartaal beter omdat het pensioenfonds bijna de helft van zijn vermogen in aandelen heeft gestoken. Daardoor profiteerde de pensioenbeheerder van de opleving op de beursvloeren. Het ABP is terughoudend met beleggingen in aandelen. Het pensioenfonds heeft eenderde van het vermogen in deze effecten gestoken.

Het ABP zegt "behoedzaam" te beleggen, omdat de vooruitzichten onzeker zijn en "de huidige financiële positie van het pensioenfonds geeft geen ruimte voor een te groot risico".

De beleggingswinsten van het ABP waren onvoldoende om de dekkingsgraad van het fonds te verbeteren. De dekking bleef ten opzichte van een kwartaal eerder gelijk op 104 procent. PGGM maakt de dekkingsgraad alleen bekend als de balans over het hele jaar is opgemaakt. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het beschikbare vermogen en de pensioenverplichtingen.

Toezichthouder PVK eist van de pensioenfondsen dat ze snel een dekkingsgraad van 105 procent bereiken. Het ABP zelf streeft binnen acht jaar naar een dekking van 115 procent. Uit het herstelplan van PGGM bleek donderdag dat het pensioenfonds over ongeveer acht jaar een dekkingsgraad van 120 procent wil bereiken.