DEN HAAG - Door de lonen de komende twee jaar nagenoeg te bevriezen, komen er in het bedrijfsleven in 2007 circa 35.000 banen bij. Dat betekent een groei van de werkgelegenheid in de marktsector van 0,6 procent. Het structurele effect van het loonakkoord tussen het kabinet, werkgevers- en werknemersorganisaties op het huishoudboekje van de overheid is licht positief.

Dat heeft het Centraal Planbureau (CPB) woensdag geconcludeerd na doorrekening van het sociaal akkoord dat het kabinet en de sociale partners dinsdag hebben gesloten. Zonder nieuwe salarisstijgingen in CAO's zal de gemiddelde stijging van de contractlonen volgens het Planbureau in 2004 uitkomen op 1 procent. De loonafspraken hebben daarmee een dempend effect op de salarisontwikkeling van 0,5 procentpunt.

De loonmatiging leidt volgens het CPB tot een daling van het besteedbaar inkomen van gezinnen en verlaagt de personeelskosten voor werkgevers. Dat laatste zal de internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven verbeteren. Dit vertaalt zich in een hogere export.

Desondanks zal de productie van bedrijven volgens het Planbureau in de eerste jaren (2004 en 2005) iets afnemen, omdat de verminderde koopkracht van gezinnen de binnenlandse consumptie remt. Pas in de latere jaren (vanaf 2007) krijgt het effect van de gestegen export op de productie de overhand, neemt de werkgelegenheid ook verder toe en herstellen de bedrijfsinvesteringen.

De bevriezing van de contractlonen zorgt voor een besparing van de overheidsuitgaven. Tegelijkertijd moet het kabinet echter wel rekenen op minder inkomsten uit de loon- en inkomstenbelasting en premies voor sociale verzekeringen. Verder leidt de daling van de particuliere consumptie tot minder BTW-opbrengsten.

Het effect van het loonakkoord op het begrotingstekort zal in de eerste jaren licht negatief zijn (min 0,1 procent van het bruto binnenlands product, bbp). Doordat de groei van de werkgelegenheid in de marktsectoren gunstig uitpakt voor de overheidsinkomsten, draait dit in 2007 weer bij. Als vervolgens de economische groei nog iets aantrekt, is het structurele effect op het begrotingstekort licht positief (0,1 procent van het bbp).