AMSTERDAM - Kleine bedrijven, zoals een bakker of een slager, dragen bij aan de leefbaarheid in woonwijken. Grootschalige bedrijvigheid - kantoorpanden of winkelcentra - kunnen juist leiden tot meer overlast en onveiligheid.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving, de Universiteit Utrecht en Atlas voor Gemeenten. Zij overhandigden dat donderdag aan minister Eberhard van der Laan (Wijken) en staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken).

De conclusies zijn opvallend. De overheid probeert de leefbaarheid in wijken namelijk vaak te vergroten door de bedrijvigheid te stimuleren.

Ontmoeten

Kleine winkels hebben vaak veel klanten uit de buurt. Daardoor ontmoeten buurtbewoners elkaar vaker en neemt de sociale samenhang toe. Een toename van andere bedrijvigheid leidt echter vaak tot een verslechtering van de leefbaarheid.

Zo zijn grote supermarkten vaak een verzamelplek voor hangjongeren. Kantoorpanden kunnen inbrekers of vandalen aantrekken.

Werkloosheid

De onderzoekers stellen verder dat een toename van het aantal banen in een wijk niet leidt tot een dalende werkloosheid in diezelfde buurt. De banen sluiten namelijk niet altijd aan op het opleidingsniveau en de ervaring van de wijkbewoners.

Hoewel meer bedrijvigheid dus niet per se leidt tot een toename van de leefbaarheid, is een verbetering van de leefbaarheid wel gunstig voor de bedrijvigheid. Omdat ze dan bijvoorbeeld minder te maken hebben met diefstal, hebben ze een grotere kans om te overleven en te groeien.

Het Planbureau voor de Leefomgeving, de Universiteit Utrecht en Atlas voor Gemeenten hebben voor hun onderzoek al bestaande cijfers van onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruikt.