DEN HAAG - President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) wilde de overname en opdeling van ABN Amro in 2007 wel voorkomen, maar hij kon niet.

''Als ik maar zo'n klein gaatje had gezien, had ik nee gezegd. Alles instinctief in mij verzette zich ertegen, maar het gaatje was er niet'', zei Wellink donderdag tegen de parlementaire commissie-De Wit, die de oorzaken van de kredietcrisis onderzoekt.

Wellink zei dat DNB de zwaarst mogelijke eisen stelde aan de overname. Toen daaraan werd voldaan, kon DNB de overname niet blokkeren.

ABN Amro werd overgenomen door Fortis, Royal Bank of Scotland (RBS) en Banco Santander. Fortis vertilde zich later aan de overname.

Houding

Wellink probeerde het ''uit elkaar scheuren'' van ABN Amro in een vroeg stadium te voorkomen. In februari 2007 noemde hij dat ''een brug te ver''. Maar de toenmalige eurocommissaris Charlie McCreevy (Interne markt) wees de houding van Wellink af.

Volgens de DNB-president handelde McCreevy ''onverantwoord'', omdat de commissaris niet op de hoogte was van de inhoud van zijn bezwaren.

Prille begin

Dat Fortis later in grote financiële problemen kwam, had DNB op het moment van afgifte van de verklaring van geen bezwaar in september 2007 niet kunnen voorzien, stelde Wellink. ''Die problemen zijn in hoofdzaak door ons niet later ontdekt, maar ze zijn later opgetreden. We zaten aan het prille begin van de kredietcrisis. Niemand realiseerde zich hoe deze steeds groter zou worden.''

Verder wees hij op de rol van zijn collega's in het buitenland. Hij vroeg zich af of de Belgische en Britse toezichthouders hem op cruciale momenten de juiste informatie hebben verschaft over de gezondheid van respectievelijk Fortis en RBS. ''Ik weet het niet, dat is mijn frustratie.''