ZEIST/DEN HAAG - Twee van de grootste pensioenfondsen van Nederland hebben hun positie in het laatste kwartaal van vorig jaar verder verbeterd.

Pensioenfonds Zorg en Welzijn verbeterde de dekkingsgraad tot 108 procent. Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) kwam met 101 procent voor het eerst in ruim een jaar weer boven de 100 procent uit.

PMT, dat ruim een miljoen deelnemers heeft, voldoet nog niet aan de norm van De Nederlandsche Bank (DNB). Die wil dat pensioenfondsen een minimale dekkingsgraad van 105 procent hebben.

Dat betekent dat de fondsen tegenover elke euro aan huidige en toekomstige verplichtingen 1,05 euro aan bezittingen achter de hand hebben.

Zorg en Welzijn

Zorg en Welzijn, waar 2,1 miljoen mensen bij zijn aangesloten, meldde donderdag dat het de pensioenen van zijn deelnemers vanaf 1 januari dit jaar met 0,72 procent heeft verhoogd.

Dat is iets minder dan de inflatie, die vorig jaar op 1 procent uitkwam. De pensioenpremie werd met 0,6 procentpunt verhoogd tot 23,1 procent.

Levensverwachting

De beperkte indexering van de pensioenen en de verhoging van de premie is volgens de directeur van Zorg en Welzijn, Peter Borgdorff, een gevolg van de snel stijgende levensverwachting van de Nederlandse bevolking. ''Een moeilijk, maar noodzakelijk besluit'', stelde hij in een verklaring.

De pensioenfondsen werden in de herfst van 2008 hard geraakt door de escalatie van de financiële crisis. Daardoor kelderde de dekkingsgraad van PMT eind 2008 tot 82 procent.

Die van Zorg en Welzijn bedroeg op het dieptepunt, in het eerste kwartaal van 2009, slechts 89 procent.

Dankzij het herstel van de beurskoersen wisten de pensioenfondsen afgelopen jaar redelijk snel op te krabbelen.

Aandelenportefeuilles

De aandelenportefeuilles van de twee grote fondsen werden afgelopen jaar 30 tot 40 procent meer waard. Het totale rendement werd echter gedrukt door de aanhoudende waardedalingen van de vastgoedbezittingen.