DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie (OM) stelt geen strafrechtelijk onderzoek in naar degene die informatie heeft gelekt over de wankele positie van DSB Bank en te nemen maatregelen.

Dat blijkt uit een brief die minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het OM ziet af van een nader onderzoek nu uit een feitenonderzoek van de Rijksrecherche niet duidelijk is geworden of er informatie is gelekt en wie dat heeft gedaan.

Vorige week zei minister Wouter Bos (Financiën) in de Tweede Kamer al dat de Rijksrecherche daar niet achter was gekomen.

Lek

DSB-topman Dirk Scheringa had in oktober, na de val van zijn bank, het ministerie van Financiën en de De Nederlandsche Bank ervan beschuldigd informatie naar de media te hebben gelekt over de noodregeling. Volgens hem werd de situatie toen onhoudbaar.

Bos wees er vorige week op dat meer dan vijfhonderd personen op de hoogte waren van de situatie, van wie tien van zijn departement. Volgens Hirsch Ballin waren die vijfhonderd mensen verspreid over vele instanties.

Ongeveer de helft van hen wist of kon met grote zekerheid voorspellen dat zondagavond bij de rechtbank om een noodregeling zou worden gevraagd.

Olievlek

Deze informatie verspreidde zich als een olievlek, blijkt uit het onderzoek. Volgens het OM heeft het geen zin verder te zoeken naar degene die informatie aan de media heeft gegeven.

Media hoeven hun bronnen niet prijs te geven. En als het lek al zou worden gevonden, is het bovendien nog de vraag of de betrokkene een geheimhoudingsplicht had. Hirsch Ballin is het daarom eens met de beslissing van het OM.

Bos zal in overleg met De Nederlandsche Bank bekijken hoe de kring van betrokkenen voortaan kleiner kan worden gemaakt, schrijft Hirsch Ballin.