DEN HAAG - Werkgevers kunnen niet alleen een omscholingsbonus opstrijken als ze iemand in dienst nemen die met ontslag wordt bedreigd en voor de nieuwe functie bijgespijkerd moet worden.

Vanaf volgend jaar kunnen nieuwe werkgevers ook voor mensen die nog maar kort werkloos zijn, maximaal vier weken een WW-uitkering hebben genoten, een bonus krijgen als een opleiding of cursus nodig is om het het nieuwe personeelslid geschikt te maken.

Dat heeft minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) in een brief aan de Tweede Kamer bekendgemaakt.

Vacatures

Het kabinet had de omscholingsbonus ingesteld om werkgevers die nog veel vacatures hebben, zoals in de zorg, te stimuleren om met ontslag bedreigd personeel uit andere sectoren in dienst te nemen.

Om werkgevers over de streep te trekken, worden de kosten voor omscholing voor de helft vergoed met een maximum van 2500 euro.

Maar vanaf 2010 geldt de omscholingsbonus ook voor nieuwe werknemers die kort werkloos zijn geweest.

Duurzame inzetbaarheid

Donner gaat voor 'duurzame inzetbaarheid' van werknemers. Via scholing en goed loopbaanbeleid kunnen werknemers makkelijker naar ander werk worden begeleid in een sector waar wel vacatures zijn.

Want ''behoud van werkgelegenheid waar geen werk is'' biedt volgens de minister geen perspectief.

Van Hijum

CDA-Kamerlid Eddy van Hijum is blij dat werkgevers nu ook de scholingsbonus kunnen krijgen bij het in dienst nemen van iemand die kort werkloos is geweest. Volgens hem werd de bonus tot nu toe nauwelijks benut, omdat deze alleen gold voor met ontslag bedreigden.

''Mensen die solliciteren vanuit een werkplek waar gereorganiseerd wordt, gaan aan hun nieuwe werkgever nooit vertellen dat ze eigenlijk op de nominatie staan om ontslagen te worden'', aldus Van Hijum.

Individuele scholingsrechten

De CDA'er gaat deze week tijdens de behandeling van de begroting Sociale Zaken in de Kamer ook pleiten voor meer individuele scholingsrechten voor werknemers. Volgens hem zijn opleidingsfondsen voor personeel nu vooral per sector geregeld.

Hierdoor krijgen werknemers die omscholing willen voor een totaal ander beroep, waar meer vraag naar arbeidskrachten is, in zijn ogen nog te vaak nul op het rekest als ze een beroep doen op het opleidingsfonds waar hun huidige werkgever bij is aangesloten.