AMSTERDAM - De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft tekortkomingen geconstateerd in de wijze waarop accountants de jaarrekeningen hebben gecontroleerd van Nederlandse financiële instellingen.

De belangrijkste tekortkoming is dat accountants niet altijd de vereiste ''professioneel-kritische instelling'' hadden.

Dat heeft de AFM donderdag bekendgemaakt. Het gaat om de vier grootste accountantskantoren, Deloitte, Ernst & Young, KPMG en PricewaterhouseCoopers.

De AFM bekeek achttien controles van jaarrekeningen over 2007. In elf gevallen constateerde de toezichthouder ''relevante tekortkomingen''.

De AFM stelt vast dat de accountants niet altijd goed genoeg hebben gekeken of financiële bedrijven bepaalde bezittingen op de juiste prijs waardeerden in de boeken. Daarbij hebben ze onvoldoende rekening gehouden met marktomstandigheden.

Begrijpelijk

Een ander punt van kritiek is dat de accountants niet altijd erop hebben toegezien dat de jaarrekening voor gebruikers begrijpelijk was. Dat geldt met name als het gaat om de waardering van bezittingen.

Verder hebben accountants die samenwerkten met buitenlandse collega's, omdat een financiële instelling over de grens actief is, te veel vertrouwd op de werkzaamheden van de buitenlandse collega.

Weinig inzicht

Soms gaf de rapportage van de buitenlandse accountant ''te weinig inzicht in de specifieke risico's van de kredietcrisisproblematiek'', aldus de AFM.

Het onderzoek van de AFM richtte zich op financiële instellingen die door de kredietcrisis zijn geraakt.

Maatregelen

Tussentijdse resultaten zijn al in december vorig jaar aan de betreffende accountantskantoren gemeld. De AFM heeft gekeken welke maatregelen de kantoren moeten treffen om ervoor te zorgen dat de controle van jaarrekeningen over 2008 van betere kwaliteit is.

In een reactie liet het NIVRA, de beroepsorganisatie van accountants, weten de zorg van de AFM te delen. Het NIVRA zegt naar aanleiding van de uitkomst van het AFM-rapport in gesprek te gaan met de betrokken kantoren en de toezichthouder.