GENEVE - Een vrijere wereldhandel kan bijdragen aan de broodnodige groei van de economie en nieuwe banen scheppen.

Daarover waren de ministers van de 153 landen van de WTO, de Wereld Handels Organisatie, het maandag eens tijdens hun conferentie in Genève.

Toch kwamen de ontwikkelingslanden met een verklaring waarin werd aangedrongen op meer leiderschap van rijke landen om onderhandeling over vrijere wereldhandel vlot te trekken.

Bovendien toonde een groep van negentien voedselexporterende landen zich teleurgesteld over de beperkte voortgang van de besprekingen in de afgelopen maanden.

Doha Ronde

De onderhandelingen over vrijere handel in het kader van de zogeheten Doha Ronde staan formeel niet op de agenda van de WTO, maar beheersen wel de gesprekken in de wandelgangen.

Ze staan ook centraal bij demonstranten, die vrezen dat de mensen in de arme landen het slachtoffer worden van vrijere handel.

Volgens Pascal Lamy, de directeur-generaal van de WTO, is er onvoldoende voortgang in de gesprekken over de Doha Ronde om ze nu op het allerhoogste niveau te bespreken. Wel benadrukte hij dat de besprekingen in ''een hogere versnelling'' moeten komen.

Groene kopgroep

Staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken) pleit tijdens de zevende ministeriele conferentie van de WTO voor een 'groene kopgroep'. In deze groep moeten landen komen die speciale lage tarieven hanteren voor duurzame producten en diensten.

Door het vormen van de 'groene kopgroep' kan duurzaamheid volgens Heemskerk een impuls krijgen. Als de koplopers op het gebied van duurzaamheid zich verenigen is het mogelijk de markt van 400 miljard euro aan duurzame producten en diensten verder te ontwikkelen.

De WTO-top wordt tot en en met woensdag gehouden.