DEN HAAG - Minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) zegt ''onaangenaam getroffen'' te zijn door het beeld dat oprijst uit het overzicht van toelagen en declaraties bij de top van de Nederlandse politie.

Dat blijkt uit een zondag uitgegeven verklaring van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Ter Horst reageert daarmee op een onderzoek van RTL/Nieuws waaruit naar voren kwam dat korpschefs bovenop hun salaris soms opvallend hoge vergoedingen ontvangen voor onder meer het draaien van piketdiensten en voor hun woningen.

Piketdiensten

Zo ontvangt de plaatsvervangend korpschef van Amsterdam, Cor Gorissen, jaarlijks bijna 12.000 euro voor het draaien van piketdiensten, waarbij hij 24 uur per dag bereikbaar moet zijn.

Ter Horst meldt al met de korpsbeheerders in gesprek te zijn om de verschillen in arbeidsvoorwaarden voor de top van de Nederlandse politie gelijk te trekken. Daarbij geldt de zogenoemde Balkenende-norm als maximum en wordt er ook gekeken naar de regels die gelden voor topambtenaren.

Terugbetalen

De minister zal de korpsbeheerders aanspreken op de declaraties van de korpschefs en hun plaatsvervangers. ''Het uitgangspunt daarbij is dat gedeclareerde kosten die niet binnen de regels passen, terugbetaald moeten worden'', aldus de verklaring.

Volgens het ministerie zijn de regels voor toeslagen en declaraties voldoende duidelijk en strikt. In de kern gaan ze uit van terughoudendheid, en moet elke toelage of declaratie maatschappelijk te verantwoorden zijn.

Verschillen

De korpsbeheerder, een burgemeester in de politieregio, heeft binnen de regels ruimte voor eigen invulling. Hierdoor zijn er in het verleden verschillen ontstaan. Ter Horst wil bij het bureau van de Algemene Bestuursdienst een 'toppolitiegroep' oprichten.

Die neemt zaken als werving, selectie, ontslag en beloning onder haar hoede. De korpsbeheerders blijven wel eindverantwoordelijk voor hun eigen korpsleidingen, maar de bestuursdienst kan hun dan beter adviseren.