DEN HAAG - Bedrijven die deelnemen aan de ontwikkeling van het nieuwe Amerikaanse gevechtstoestel Joint Strike Fighter (JSF) moeten 4,49 procent van de omzet uit orders afdragen aan de overheid.

Dat heeft arbitrage uitgewezen, zo maakte het ministerie van Economische Zaken vrijdag bekend.

Over de afdracht is lang gesteggeld. Minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken) wilde oorspronkelijk dat de bedrijven meer zouden afdragen.

De ondernemingen zelf vonden dat ze helemaal niets meer aan de overheid hoefden te betalen, omdat er al voldoende financiële meevallers zouden zijn geweest.

Tekort

Arbitrage heeft nu uitgewezen dat er in de ontwikkelingsfase nog een tekort van 157 miljoen euro is op de oorspronkelijke investering van 800 miljoen dollar van de Nederlandse overheid. Dit bedrag moet het bedrijfsleven nu ophoesten.

Van der Hoeven gaat nog met de bedrijven overleggen over een ''verantwoorde uitvoering'' van het arbitragebesluit. Dit zal al op korte termijn gebeuren, aldus de minister.

Raamcontracten

Nifarp, de koepel van bedrijven die meewerken aan de JSF, zei vrijdag het afdrachtspercentage nog steeds ''erg hoog'' te vinden. Het industrieplatform zegt al een uitnodiging van Van der Hoeven te hebben ontvangen voor overleg.

Volgens Nifarp heeft het JSF-project inmiddels ongeveer 1 miljard dollar aan omzet opgeleverd. Ook zijn er (raam)contracten gesloten met een waarde van zo'n 4 miljard dollar.

Werkplekken

Gemiddeld zouden de komende decennia ongeveer 6000 mensen per jaar in Nederland aan de JSF kunnen werken.

Het nieuwe gevechtstoestel moet bij de Nederlandse luchtmacht de F-16 opvolgen.

De Nederlandse regering heeft nog geen definitief besluit genomen over de aankoop van de toestellen. Dat gebeurt naar verwachting in 2012.