DEN HAAG - De Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (Opta) heeft de tarieven vastgesteld die de kabelbedrijven UPC en Ziggo hun concurrenten in rekening mogen brengen voor het gebruik van hun kabelnetwerken.

UPC mag daarvoor 8,84 euro per maand per klant in rekening brengen, Ziggo 8,46 euro. Dat heeft de Opta donderdag bekendgemaakt.

De tarieven zijn veel lager dan waar UPC en Ziggo, die samen het overgrote deel van de Nederlandse markt beheersen, op hadden ingezet. Ziggo had de gebruikers van zijn netwerk 11,05 euro in rekening willen brengen, UPC kwam uit op 12 euro.

Het gaat om een voorlopig besluit van de Opta. De definitieve beslissing over de tarieven neemt de toezichthouder in maart volgend jaar, waardoor de kabelmarkt wordt opengebroken.

Dan ontstaat bij de tv-kabel een soortgelijke situatie als bij de telefoonkabel van KPN, die ook moet toestaan dat een concurrent als Tele2 gebruik maakt van zijn netwerk.

Verkoopprijzen

De nieuwe tarieven voor UPC en Ziggo verschillen omdat de kabelbedrijven verschillende verkoopprijzen en -kosten hebben. De tarieven gelden als inkoopprijs wanneer alternatieve aanbieders het analoge televisiepakket willen doorverkopen, aldus de Opta.

UPC laat weten het niet eens te zijn met het besluit. ''Het nu vastgestelde tarief is te laag en gebaseerd op een rekenmethode die de afgelopen maanden steeds is veranderd. Wij zullen hiertegen in beroep gaan'', aldus het kabelbedrijf.

Volgens de Opta kunnen marktpartijen tot 7 januari reageren op het besluit. ''Wij zullen goed kijken naar de kritiek van UPC'', aldus een woordvoerder van de Opta.