AMSTERDAM – Er moet een breed onderzoek komen naar misbruik van de bijscholingsregeling voor leraren door onderwijsinstellingen.

Daarvoor pleiten de Algemene Onderwijsbond (AOb) en het overleg directeuren lerarenopleidingen HBO (ADEF), zo laten zij weten aan NU.nl.

De leraren hebben de mogelijkheid om via deze regeling zich te laten bijscholen op een lerarenopleiding. Ze werken dan in het onderwijs en studeren in deeltijd.

Uit een onderzoek bleek echter dat 40 procent van de leraren, die in het HBO een masteropleiding volgen, wel een beurs toegewezen kreeg, maar geen extra tijd van hun onderwijsinstelling om deze opleiding daadwerkelijk te volgen.

De scholen waarop deze leraren werkzaam zijn, met name middelbare scholen, ontvingen echter wel vervangingsgeld van het ministerie van Onderwijs.

Breed onderzoek

Het AOb en het ADEF willen nu een breder onderzoek naar deze lerarenbeurs-regeling. “Ook op de bacheloropleidingen zitten veel docenten die aangemeld zijn voor bijscholing, maar we hebben geen beeld of zij wel die studietijd krijgen”, stelt ADEF-voorzitter Ans Buys.

“Wij willen een breed onderzoek naar de wijze waarop scholen met deze vervangingsgelden omgaan.”

Actieplan

De beurs is een maatregel uit het Actieplan LeerKracht van Nederland. Er is in totaal 83,5 miljoen euro voor vrijgemaakt. Inmiddels hebben volgens het ministerie zo’n 14.000 docenten een lerarenbeurs toegewezen gekregen.

“Onduidelijk is echter hoeveel de onderwijsinstellingen onterecht hebben ontvangen. Dat willen we middels dit onderzoek gaan uitvinden. We weten wel zeker dat ze het hebben ontvangen, ze hebben het alleen dus niet op de juiste manier besteed.”

Elke leraar mag één keer in zijn of haar loopbaan een beroep doen op de lerarenbeurs die in 2008 werd ingevoerd. Buys zal vrijdag tijdens het AOb-congres haar onderzoek aankondigen.

Geen signalen

Het Ministerie van Onderwijs laat in een reactie weten geen signalen te hebben dat misbruik veel voorkomt. "Wel zijn we zelf een onderzoek gestart om te bekijken of er sprake is van misbruik en op welke schaal", aldus Aicha Lubbinge namens het ministerie.

"Ook zijn de onderwijsinstellingen verplicht een contract te tekenen waarmee zij aangeven het geld uitsluitend gebruiken als vervangingsgeld."

Over eventuele sancties of met terugwerkende kracht terugvorderen van onterecht ontvangen geld wilde het ministerie hangende het onderzoek nog geen uitlatingen doen.