DEN HAAG - Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat bij het verhogen van de AOW-leeftijd ook rekening wordt gehouden met zelfstandig ondernemers.

Zogeheten zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) zijn bijvoorbeeld veel in de bouw actief en doen ook zwaar werk. Maar zij worden in het kabinetsplan voor een hogere pensioenleeftijd niet ontzien, omdat ze geen werknemer zijn.

Fractievoorzitter Mariëtte Hamer van de PvdA heeft vorige maand bij de ledenraad van haar partij al aangegeven dat ze een voorziening voor de zzp'ers wil.

Tijdens een rondgang in de Kamer woensdag bleken daarvoor ook stemmen op te gaan bij coalitiegenoten CDA en ChristenUnie en oppositiepartij VVD. Alleen CDA en PvdA zijn er nog niet over uit hoe de eenpitters met zware beroepen geholpen moeten worden.

Verhogen

Het kabinet wil in 2020 de AOW-leeftijd verhogen van 65 naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar. Voor werknemers die vroeg begonnen zijn met werken en een zwaar beroep hebben, wordt geregeld dat ze toch nog steeds op hun 65e kunnen stoppen.

De Kamer heeft donderdag een debat met het kabinet over het plan om de pensioenleeftijd te verhogen.

De VVD zal daar aangeven dat zowel werknemers als zzp'ers die ten minste veertig jaar 70 procent van het minimumloon hebben verdiend, op hun 65e verjaardag met pensioen moeten kunnen.

Ingewikkelder

Volgens de regeringspartijen is het echter ingewikkelder om het aantal gewerkte jaren van de zelfstandige ondernemers in kaart te brengen dan bij mensen in loondienst.

Volgens Hamer is er ook nog tien jaar de tijd om het probleem op te lossen, aangezien de eerste ingreep in de AOW pas vanaf 2020 is gepland.